Art. 3, Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
a) „voortdurend toezicht”: de taken die moeten worden verricht om te verifiëren dat te allen tijde gedurende de geldigheidsperiode van het certificaat wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder het certificaat is afgegeven, alsmede het nemen van veiligheidsmaatregelen;
b) „Verdrag van Chicago”: het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart en de bijlagen daarbij, ondertekend te Chicago op 7 december 1944;
c) „product”: een luchtvaartuig, motor of propeller;
d) „onderdelen en uitrustingsstukken”: elk instrument, apparaat, mechanisme, onderdeel, toestel, accessoire of toebehoren, met inbegrip van communicatieapparatuur, dat wordt gebruikt of bedoeld is voor gebruik bij de vluchtuitvoering met of bij de controle tijdens de vlucht van een luchtvaartuig en dat is geïnstalleerd in of bevestigd aan het luchtvaartuig. Hieronder vallen ook delen van een casco, motor of propeller;
e) „certificering”: elke vorm van erkenning dat een product, onderdeel of uitrustingsstuk, organisatie of persoon voldoet aan de toepasselijke eisen, waaronder begrepen de bepalingen van deze verordening en de voor de toepassing daarvan vastgestelde uitvoeringsvoorschriften, alsmede de afgifte van het bijbehorende certificaat waaruit blijkt dat aan deze eisen wordt voldaan;
f) „gekwalificeerde instantie”: een orgaan waaraan het Agentschap of een nationale luchtvaartautoriteit, onder hun respectieve beheer en verantwoordelijkheid, het verrichten van een specifieke certificeringstaak kunnen toevertrouwen;
g) „certificaat”: elke goedkeuring, elk bewijs van bevoegdheid of elk ander document, bij certificering afgegeven;
h) „exploitant”: een rechtspersoon of natuurlijk persoon die een of meer luchtvaartuigen exploiteert of voornemens is te exploiteren;
i) „commerciële vluchtuitvoering”: elke vluchtuitvoering met een luchtvaartuig, tegen vergoeding of andere beloning, die voor het publiek beschikbaar is of, wanneer deze niet voor het publiek beschikbaar is, die wordt verricht krachtens een overeenkomst tussen een exploitant en een klant, waarbij de klant geen controle over de exploitant uitoefent;
j) „complex motoraangedreven luchtvaartuig”:
i) een vleugelvliegtuig:
— met een maximale gecertificeerde startmassa van meer dan 5 700 kg, of
— dat gecertificeerd is voor een maximale configuratie voor passagierszitplaatsen van meer dan 19 personen, of
— dat gecertificeerd is voor vluchtuitvoering met een minimale bemanning van ten minste 2 piloten, of
— dat is uitgerust met één of meer turbinestraalmotoren of met meer dan één schroefturbinemotor, of
ii) een helikopter die gecertificeerd is voor:
— een maximale startmassa van meer dan 3 175 kg, of
— een maximale configuratie voor passagierszitplaatsen van meer dan 9 personen, of
— een vluchtuitvoering met een minimumbemanning van ten minste 2 piloten, of
iii) een luchtvaartuig met kantelrotor(en);
k) „vluchtnabootsingsinstrument”: ieder type toestel waarin vliegomstandigheden op de grond worden nagebootst; hiertoe behoren vluchtnabootsers, vluchttrainingtoestellen, vlucht- en navigatieproceduretrainers en basisinstrumenttrainingstoestellen;
l) „kwalificatie”: een verklaring op een bewijs van bevoegdheid, waarin rechten, speciale voorwaarden of beperkingen die op dat bevoegdheidsbewijs van toepassing zijn, worden uiteengezet.