Art. 10 Verordening (EG) nr. 216/2008, Toezicht en handhaving

Verordening (EG) nr. 216/2008

1. De lidstaten, de Commissie en het Agentschap werken samen om ervoor te zorgen dat alle producten, personen en organisaties die onder deze verordening vallen aan de bepalingen en de uitvoeringsvoorschriften ervan voldoen.

2. Ter uitvoering van lid 1 doen de lidstaten, naast het toezicht op de door hen afgegeven certificaten, onderzoek, inclusief platforminspecties, en nemen zij maatregelen, waaronder het vliegverbod voor luchtvaartuigen, om te voorkomen dat een overtreding wordt voortgezet.

3. Ter uitvoering van lid 1 doet het Agentschap onderzoek overeenkomstig artikel 24, lid 2, en artikel 55.

4. Teneinde de bevoegde autoriteiten beter in staat te stellen passende handhavingsmaatregelen te nemen, wisselen de lidstaten, de Commissie en het Agentschap informatie uit over de vastgestelde overtredingen.

5. De maatregelen die beogen niet-essentiële onderdelen van dit artikel te wijzigen, door het aan te vullen, worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 65, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Deze maatregelen specifiëren in het bijzonder:

a) het verzamelen, uitwisselen en verspreiden van gegevens;

b) het uitvoeren van platforminspecties, inclusief systematische platforminspecties;

c) het aan de grond houden van luchtvaartuigen die niet voldoen aan de eisen van deze verordening of van de uitvoeringsvoorschriften.