Art. 15 Verordening (EG) nr. 216/2008, Informatienetwerk

Verordening (EG) nr. 216/2008

1. De Commissie, het Agentschap en de nationale luchtvaartautoriteiten wisselen alle informatie uit waarover zij in het kader van de toepassing van deze verordening en de uitvoeringsvoorschriften beschikken. De instanties die zijn belast met het onderzoek naar ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart, of met de analyse van voorvallen, hebben recht op toegang tot die informatie.

2. Onverminderd het recht van het publiek op toegang tot de documenten van de Commissie, neergelegd in Verordening (EG) nr. 1049/2001, stelt de Commissie volgens de in artikel 65, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure maatregelen vast voor de verspreiding, op haar initiatief, van de in lid 1 bedoelde informatie onder de belanghebbende partijen. Deze maatregelen, die algemeen of individueel van aard kunnen zijn, zijn gebaseerd op de noodzaak:

a) personen en organisaties te voorzien van de informatie die zij nodig hebben om de veiligheid van de burgerluchtvaart te verbeteren;

b) de verspreiding van informatie te beperken tot hetgeen strikt vereist is voor het doel van de gebruikers van de informatie, teneinde een passende geheimhouding van die informatie te waarborgen.

3. De nationale luchtvaartautoriteiten nemen volgens de nationale regelgeving de nodige maatregelen om passende geheimhouding van de informatie die zij ingevolge lid 1 ontvangen te waarborgen.

4. Door het Agentschap wordt jaarlijks een veiligheidsoverzicht gepubliceerd om het publiek van het algemene veiligheidsniveau in kennis te stellen. Met ingang van de datum waarop de in artikel 10, lid 5, bedoelde maatregelen van kracht worden, bevat dit veiligheidsoverzicht een analyse van alle informatie die ingevolge artikel 10 is ontvangen. Deze analyse moet eenvoudig en gemakkelijk te begrijpen zijn en moet aangeven of er verhoogde veiligheidsrisico’s zijn. De informatiebronnen mogen in de analyse niet worden onthuld.