Art. 5, Gebruiksrechten voor radiofrequenties en nummers
1. Waar mogelijk, in het bijzonder indien het gevaar van schadelijke interferentie te verwaarlozen is, onderwerpen de lidstaten het gebruik van radiofrequenties niet aan het verlenen van individuele gebruiksrechten, maar nemen zij de voorwaarden voor het gebruik van dergelijke radiofrequenties op in de algemene machtiging.
2. Wanneer individuele gebruiksrechten moeten worden verleend voor radiofrequenties en nummers, verlenen de lidstaten die rechten op verzoek aan alle ondernemingen die diensten of netwerken aanbieden of gebruiken in het kader van de algemene machtiging, met inachtneming van de bepalingen van de artikelen 6, 7 en 11, lid 1, onder c), van deze richtlijn en alle andere regels die een efficiënt gebruik van deze middelen moeten waarborgen overeenkomstig Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn).
De procedures voor de verlening van dergelijke gebruiksrechten moeten open, transparant en niet-discriminerend zijn, onverminderd de door de lidstaten aangenomen specifieke criteria en procedures voor het verlenen van gebruiksrechten voor radiofrequenties aan aanbieders van radio- en televisiediensten welke noodzakelijk zijn om de doelstellingen van algemeen belang overeenkomstig het Gemeenschapsrecht na te streven. Bij het verlenen van gebruiksrechten specificeren de lidstaten of en onder welke voorwaarden deze kunnen worden overgedragen op initiatief van de houder van de rechten, in het geval van radiofrequenties, overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn). Wanneer lidstaten gebruiksrechten verlenen voor een bepaalde termijn, moet de duur zijn aangepast aan de betrokken dienst.
3. Besluiten over gebruiksrechten worden zo spoedig mogelijk, doch voor nummers uiterlijk binnen drie weken na ontvangst van de volledige aanvraag, door de nationale regelgevende instantie genomen, meegedeeld en gepubliceerd, en voor radiofrequenties die in het nationale frequentieplan een bepaalde bestemming hebben gekregen binnen zes weken na onvangst van de aanvraag door de bevoegde instantie. Deze laatstgenoemde termijnen laten de toepasselijke internationale overeenkomsten betreffende het gebruik van radiofrequenties of van posities in de ruimte onverlet.
4. Indien na overleg met de belanghebbende partijen overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) is beslist dat gebruiksrechten voor nummers van uitzonderlijke economische waarde via vergelijkende en op mededinging gebaseerde selectieprocedures moeten worden verleend, kunnen de lidstaten de maximumperiode van drie weken met ten hoogste drie weken verlengen.
Artikel 7 is van toepassing op de vergelijkende en op mededinging gebaseerde selectieprocedure voor radiofrequenties.
5. De lidstaten beperken het aantal te verlenen gebruiksrechten niet, tenzij dat noodzakelijk is om een efficiënt gebruik van radiofrequenties te waarborgen overeenkomstig artikel 7.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 23 januari 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BY9423
- Rb. Rotterdam 25 oktober 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BY2637
- Rb. Rotterdam 2 oktober 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:7917
- Rb. Rotterdam 21 augustus 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BG0281
- Rb. Rotterdam 7 februari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:723
- Rb. Rotterdam 31 oktober 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:8393
- Rb. Rotterdam 30 september 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9321
- Rb. Rotterdam 16 augustus 2007, ECLI:NL:RBROT:2007:BB2343
- Rb. Rotterdam 1 juni 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AY6273
- CBb 17 oktober 2006, ECLI:NL:CBB:2006:AZ0240