Rb. Rotterdam 2 oktober 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:7917
Beoordeling van 68 beroepen in kader besluitvorming van de minister in 4G-veiling (bekendmakingsbesluit, vaststellingsbesluit, kennisgevingen, toelatingsbesluiten en vergunningen). Verweerder heeft bij haar besluitvorming in bezwaar aan Vodafone, T-Mobile en KPN steeds bij afzonderlijke brieven bericht dat de door hen in bezwaar bestreden besluiten worden gehandhaafd. Het gaat daarbij om beslissingen terzake een bepaald primair besluit (bijvoorbeeld het primaire besluit tot toelating van een aanvrager tot de veiling of het primaire besluit tot vergunningverlening aan een deelnemer aan de veiling) met voor ieder van de bezwaarmakers dezelfde rechtsgevolgen. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van afzonderlijke beslissingen op de afzonderlijke bezwaren ten aanzien van een tot een bepaalde aanvrager of deelnemer gericht bepaald primair besluit, maar van slechts één besluit op meerdere bezwaren, die zijn gericht tegen hetzelfde primaire besluit. Een deel van de beroepen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Bekendmakingsbesluit: de rechtbank is van oordeel dat het gekozen tijdstip voor de aanvang van de veilingprocedure zorgvuldig is geweest en dat verweerder in redelijkheid de aanvang van de veiling op 16 april 2012 heeft kunnen bepalen. Vaststellingsbesluit: Het opleggen van een ingebruiknameverplichting is een instrument om efficiënt frequentiegebruik te bevorderen. Daarbij geldt dat de ingebruiknameverplichtingen niet verder gaan dan nodig is om dit doel te bereiken. Gelet op de in de Strategische Nota genoemde primaire doelstelling van het beleid om lage toetredingsdrempels te scheppen en gezien de hoge kosten van de uitrol van een landelijk netwerk, is het opleggen van een in omvang beperkte uitrolverplichting redelijk. Het opleggen van een landelijke uitrolverplichting is niet nodig om een efficiënt frequentiegebruik te bevorderen. De door verweerder vastgestelde omvang van de ingebruiknameverplichting doorstaat de terughoudende toetsing. Verweerder heeft in redelijkheid niet meer specifieke voorschriften ter voorkoming van mogelijke interferentie-problemen aan de ontwerpvergunningen hoeven te verbinden. Gelet op de door verweerder toegelichte reden waarom de ingangsdatum van de 1800 MHz-ontwerp¬vergunningen (nog) niet nader te bepalen was en in aanmerking genomen de omstandigheden waaronder de veiling plaatsvond, maakt enige onzekerheid over de precieze ingangsdatum bij de betrokken partijen niet dat er sprake was van een zodanig onredelijke onzekerheid, dat het Vaststellingsbesluit daarom de terughoudende rechterlijke toetsing niet kan doorstaan. Toelatingsbesluiten (en gedeeltelijke afwijzingen aanvraag daarin): De beroepsgronden van partijen die zich richten tegen de reservering voor nieuwkomers, welke reservering in de Regeling is voorzien, worden door de rechtbank middels exceptieve toetsing beoordeeld in het kader van de beroepen die zich richten tegen de gedeeltelijke afwijzingen. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder zijn beleidsmatige keuzes in verband met de reservering met de door hem daaraan ten grondslag gelegde onderzoeken en de consultatie van marktpartijen zorgvuldig heeft voorbereid. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder met de genoemde onderzoeksrapporten genoegzaam heeft onderbouwd waarom hij tot de gemaakte keuzes is gekomen en dat, in het belang van het door hem nagestreefde doel van een doelmatig efficiënt gebruik van frequenties, de reservering voor nieuwkomers de concurrentie, de continuïteit van de dienstverlening, innovatie en marktconforme prijsstelling bevordert. De reservering voor nieuwkomers van 2 x 10 MHz spectrum in de 800 MHz-band in deze veilingprocedure kan de terughoudende rechterlijke toets doorstaan. Vergunningen: beoordeling CCA-veilingmodel. De rechtbank is van oordeel dat verweerder, alvorens zijn keuze te maken voor dit model, zorgvuldig onderzoek heeft laten verrichten en op zorgvuldige wijze is omgegaan met het commentaar op de ontwerp-Regeling. Bij de beoordeling van de beroepsgronden neemt de rechtbank in aanmerking dat het CCA-model een model in ontwikkeling is en dat de beoordeling van de keuze die verweerder in 2011 voor dit model heeft gemaakt moet worden bezien en beoordeeld in het licht van het feit dat die keuze is gemaakt met de op dat moment bestaande kennis van de verschillende modellen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen kiezen voor het door hem bij de veiling gebruikte veilingmodel. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de Regeling op dit punt in strijd in met hogere regelgeving. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank in wat partijen hebben aangevoerd geen reden om te concluderen tot onverbindendheid van de Regeling. De rechtbank komt in de beroepen met zaaknummers ROT 12/1311 en 12/4513 tot een gegrondverklaring van de beroepen van Vodafone, evenwel op andere gronden dan door Vodafone is aangevoerd. Verweerders heroverweging van het Bekendmakingbesluit en het Vaststellingsbesluit terzake bepaalde door Vodafone aangevoerde bezwaargronden had tot de conclusie van ongegrondverklaring en niet niet-ontvankelijkheid moeten leiden. De beroepen van Vodafone in deze zaken wordt gegrondverklaard en bepaald wordt dat de bezwaren van Vodafone ongegrond wordt verklaard. Voor het overige volgen conclusies tot niet-ontvankelijkverklaring van beroepen danwel ongegrondverklaring.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1:3 Awb
- Artikel 3:2 Awb
- Artikel 4:7 Awb
- Artikel 6:3 Awb
- Artikel 6:13 Awb
- Artikel 8:2 Awb
- Artikel 8:26 Awb
- Artikel 8:29 Awb
- Artikel 3.3 Telecommunicatiewet
- Artikel 3.5 Telecommunicatiewet
- Artikel 18.12 Telecommunicatiewet
- Artikel 20.2a Telecommunicatiewet
- Artikel 2a Fb
- Artikel 3 Fb
- Artikel 4 Fb
- Artikel 6 Fb
- Artikel 6a Fb
- Artikel 8 Fb
- Artikel 1 Bekendmakingsbesluit
- Artikel 108 VWEU
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Rotterdam 25 oktober 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BY2637
- CBb 22 juni 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BW9145
- CBb 6 juni 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BW7911
- CBb 24 mei 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BW7152
- CRvB 9 maart 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL8805
- CBb 30 oktober 2008, ECLI:NL:CBB:2008:BG3831
- CBb 4 april 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA2169
- CBb 21 maart 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA1095
- CBb 3 mei 2006, ECLI:NL:CBB:2006:AX0166
- ABRvS 8 juni 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT6959
- Rb. Rotterdam 29 november 2002, ECLI:NL:RBROT:2002:AF2577
- CBb, ECLI:NL:CBB:2009:BI1759