Art. 4, Minimumlijst van uit de algemene machtiging voortvloeiende rechten
1. Ondernemingen die overeenkomstig artikel 3 zijn gemachtigd hebben het recht:
a) elektronische-communicatienetwerken en -diensten aan te bieden;
b) op behandeling van hun aanvragen voor de nodige rechten voor het installeren van faciliteiten overeenkomstig artikel 11 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn).
2. Dergelijke ondernemingen die openbare elektronische-communicatienetwerken en -diensten aanbieden, worden door de algemene instantie voorts gemachtigd om:
a) te onderhandelen over interconnectie met en eventueel toegang of interconnectie te verkrijgen van andere aanbieders van openbare communicatienetwerken en -diensten die ongeacht waar in de Gemeenschap onder een algemene machtiging vallen, onder de voorwaarden van en overeenkomstig Richtlijn 2002/19/EG (Toegangsrichtlijn);
b) in staat te worden gesteld te worden aangewezen om verschillende onderdelen van een universele dienst aan te bieden op het gehele nationale grondgebied of op een deel daarvan, overeenkomstig Richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Universeledienstrichtlijn)(8).