Art. 8 Verordening (EEG) nr. 259/93

Verordening (EEG) nr. 259/93

1. Indien geen bezwaar is gemaakt, mag de overbrenging plaatsvinden nadat de termijn van 30 dagen is verstreken. Stilzwijgende toestemming vervalt echter één kalenderjaar na dato.

Indien de bevoegde autoriteiten besluiten schriftelijk toestemming te verlenen, kan de overbrenging onmiddellijk na ontvangst van alle benodigde toestemmingen plaatsvinden.

2. De kennisgever vult met vermelding van de datum van overbrenging het begeleidende document volledig in en zendt daarvan drie werkdagen voordat de overbrenging plaatsvindt een afschrift aan de betrokken bevoegde autoriteiten.

3. Elke overbrenging gaat vergezeld van een afschrift of, indien de bevoegde autoriteiten zulks wensen, een exemplaar van het begeleidende document.

4. Alle bij de verrichting betrokken ondernemingen vullen het begeleidende document op de daartoe bestemde plaatsen in, ondertekenen het en bewaren een afschrift ervan.

5. Binnen drie werkdagen na ontvangst van de voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen zendt de ontvanger aan de kennisgever en aan de betrokken bevoegde autoriteiten een afschrift van het volledig ingevulde begeleidende document, behalve voor de in lid 6 bedoelde verklaring.

6. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 180 dagen na ontvangst van de afvalstoffen, zendt de ontvanger onder zijn verantwoordelijkheid een verklaring van nuttige toepassing van de afvalstoffen aan de kennisgever en de andere betrokken bevoegde autoriteiten. Deze verklaring maakt deel uit van of wordt gehecht aan het begeleidende document.

Uitspraken die dit artikel aanhalen