Art. 12 Verordening (EEG) nr. 259/93
Wanneer een overbrenging van afvalstoffen tussen Lid-Staten plaatsvindt met doorvoer via een of meer derde Staten geldt, onverminderd de artikelen 3 tot en met 10, het volgende:
a) de kennisgever zendt een afschrift van de kennisgeving aan de bevoegde autoriteit(en) van de derde Staat of Staten;
b) de bevoegde autoriteit van bestemming vraagt de bevoegde autoriteit van de derde Staat of Staten haar schriftelijke instemming met de voorgenomen overbrenging te doen toekomen, en wel
- in het geval van partijen bij het Verdrag van Bazel binnen 60 dagen, tenzij zij overeenkomstig dat Verdrag van dat recht heeft afgezien, of
- in het geval van landen die niet partij zijn bij het Verdrag van Bazel binnen de tussen de bevoegde autoriteiten overeengekomen termijn.
In beide gevallen verleent de bevoegde autoriteit van bestemming, indien daartoe aanleiding is, pas toestemming nadat zij deze schriftelijke instemming heeft ontvangen.