Art. 5 Verordening (EEG) nr. 259/93

Verordening (EEG) nr. 259/93

1. De overbrenging mag slechts geschieden nadat de kennisgever daarvoor van de bevoegde autoriteit van bestemming een vergunning heeft verkregen.

2. Wanneer de kennisgever de vergunning heeft ontvangen, vult hij met vermelding van de datum van overbrenging het begeleidende document volledig in en zendt daarvan drie werkdagen voordat de overbrenging plaatsvindt een afschrift aan de betrokken bevoegde autoriteiten.

3. Elke overbrenging gaat vergezeld van een afschrift of, indien de bevoegde autoriteiten zulks wensen, een exemplaar van het begeleidende document met toestemmingsstempel.

4. Alle bij de verrichting betrokken ondernemingen vullen het begeleidende document op de daartoe bestemde plaatsen in, ondertekenen het en bewaren een afschrift ervan.

5. Binnen drie werkdagen na ontvangst van de voor verwijdering bestemde afvalstoffen zendt de ontvanger aan de kennisgever en aan de betrokken bevoegde autoriteiten een afschrift van het volledig ingevulde begeleidende document, behalve voor de in lid 6 bedoelde verklaring.

6. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 180 dagen na ontvangst van de afvalstoffen, zendt de ontvanger onder zijn verantwoordelijkheid een verklaring van verwijdering aan de kennisgever en de andere betrokken bevoegde autoriteiten. Deze verklaring maakt deel uit van of wordt gehecht aan het begeleidende document dat de overbrenging vergezelt.

Hoofdstuk B Voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen