Art. 3 Verordening (EEG) nr. 259/93
1. Wanneer de kennisgever voornemens is voor verwijdering bestemde afvalstoffen van een Lid-Staat naar een andere Lid-Staat over te brengen en/of deze door een of meer andere Lid-Staten heen te voeren, zendt hij, onverminderd artikel 25, lid 2, en artikel 26, lid 2, een kennisgeving aan de bevoegde autoriteit van bestemming en een afschrift daarvan aan de bevoegde autoriteiten van verzending en van doorvoer, alsmede aan de ontvanger.
2. De kennisgeving moet alle fasen van de overbrenging vanaf de plaats van verzending tot aan de eindbestemming bestrijken.
3. De kennisgeving geschiedt door middel van het begeleidende document dat door de bevoegde autoriteit van verzending wordt afgegeven.
4. De kennisgever vult in het kader van deze kennisgeving het begeleidende document volledig in en verstrekt op verzoek van de bevoegde autoriteiten aanvullende informatie en documentatie.
5. De kennisgever verstrekt op het begeleidende document in het bijzonder informatie over:
- de oorsprong, samenstelling en hoeveelheid van de voor verwijdering bestemde afvalstoffen alsmede, in het in artikel 2, letter g), onder ii), bedoelde geval, de identiteit van de producent; bij afvalstoffen van uiteenlopende oorsprong een gedetailleerde inventaris van de afvalstoffen alsmede, indien bekend, de identiteit van de oorspronkelijke producenten;
- de getroffen regelingen inzake de te volgen route en inzake verzekering tegen schade aan derden;
- de te treffen maatregelen om de vervoersveiligheid te waarborgen en met name de inachtneming door de vervoerder van de voorwaarden die door de betrokken Lid-Staten aan het vervoer zijn gesteld;
- de identiteit van de ontvanger van de afvalstoffen, de plaats van het verwijderingscentrum en het type en de duur van de bedrijfsvergunning. Het centrum moet technisch geschikt zijn voor de verwijdering van de betrokken afvalstoffen onder omstandigheden die geen gevaar opleveren voor de volksgezondheid of het milieu;
- de handelingen op het gebied van verwijdering, genoemd in bijlage II A van Richtlijn 75/442/EEG.
6. De kennisgever moet met de ontvanger een contract afsluiten voor de verwijdering van de afvalstoffen.
De in lid 5 bedoelde informatie kan geheel of ten dele in het contract zijn opgenomen.
In het contract moet worden bepaald dat
- de kennisgever verplicht is de afvalstoffen overeenkomstig artikel 25 en artikel 26, lid 2, terug te nemen als de overbrenging niet is voltooid zoals was voorzien, of in strijd met deze verordening is verricht;
- de ontvanger verplicht is zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 180 dagen na ontvangst van de afvalstoffen, aan de kennisgever een verklaring te verstrekken dat de afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze zijn verwijderd.
Een afschrift van dit contract moet op verzoek aan de bevoegde autoriteit worden verstrekt.
Indien de afvalstoffen worden overgebracht tussen twee tot dezelfde rechtspersoon behorende inrichtingen, kan het contract worden vervangen door een verklaring van die persoon waarbij deze zich ertoe verbindt de afvalstoffen te verwijderen.
7. De overeenkomstig de leden 4, 5 en 6 verstrekte informatie wordt in overeenstemming met de bestaande nationale bepalingen vertrouwelijk behandeld.
8. De bevoegde autoriteit van verzending kan, in overeenstemming met de nationale wetgeving, besluiten de kennisgeving zelf te zenden aan de bevoegde autoriteit van bestemming, met afschrift aan de ontvanger en de bevoegde autoriteit van doorvoer, in plaats van dit door de kennisgever te laten doen.
De bevoegde autoriteit van verzending kan besluiten een kennisgeving niet verder te behandelen, indien zij zelf onmiddellijke bezwaren tegen de overbrenging heeft overeenkomstig artikel 4, lid 3. Zij stelt de kennisgever onverwijld van haar bezwaren in kennis.