Art. 7

1. De bevoegde autoriteit van bestemming zendt binnen drie werkdagen na ontvangst van de kennisgeving een ontvangstbevestiging aan de kennisgever en een afschrift daarvan aan de andere bevoegde autoriteiten en aan de ontvanger.

2. De bevoegde autoriteiten van bestemming, verzending en doorvoer beschikken na verzending van de ontvangstbevestiging over een termijn van 30 dagen om bezwaar te maken tegen de overbrenging. Een bezwaar moet zijn gebaseerd op lid 4. Elk bezwaar moet binnen de termijn van 30 dagen schriftelijk aan de kennisgever en aan de andere betrokken bevoegde autoriteiten worden toegezonden.

De betrokken bevoegde autoriteiten kunnen besluiten binnen een termijn van minder dan 30 dagen schriftelijk toestemming te geven.

Schriftelijke toestemming of bezwaren kunnen worden toegezonden per post, of per fax gevolgd door toezending per post. Een dergelijke toestemming verstrijkt na één kalenderjaar, tenzij anders aangegeven.

3. De bevoegde autoriteiten van verzending, van bestemming en van doorvoer beschikken over een termijn van 20 dagen na verzending van de ontvangstbevestiging om voorwaarden te verbinden aan het vervoer van de afvalstoffen binnen hun rechtsgebied.

Deze voorwaarden moeten schriftelijk aan de kennisgever worden medegedeeld, met afschrift aan de betrokken bevoegde autoriteiten, en in het begeleidende document worden vermeld. Zij mogen niet strenger zijn dan die voor soortgelijke, volledig binnen hun rechtsgebied vallende overbrengingen en dienen met bestaande overeenkomsten, in het bijzonder internationale verdragen ter zake, in overeenstemming te zijn.

4. a) De bevoegde autoriteiten van bestemming en van verzending kunnen gemotiveerde bezwaren tegen de voorgenomen overbrenging maken:

- op grond van Richtlijn 75/442/EEG, in het bijzonder artikel 7, of

- indien de overbrenging niet in overeenstemming is met de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake milieubescherming, openbare orde, openbare veiligheid of gezondheidsbescherming, of

- indien de kennisgever of de ontvanger zich in het verleden aan sluikhandel schuldig heeft gemaakt. In dat geval kan de bevoegde autoriteit van verzending alle overbrengingen waarbij de persoon in kwestie betrokken is, overeenkomstig de nationale wetgeving weigeren, of

- indien de overbrenging in strijd is met de verplichtingen die voortvloeien uit door de betrokken Lid-Staat of Lid-Staten vóór de toepassing van deze verordening gesloten internationale overeenkomsten, of

- indien de verhouding tussen de wel en niet nuttig toe te passen afvalstoffen, de geschatte waarde van het materiaal dat uiteindelijk nuttig wordt toegepast, of de kosten van de nuttige toepassing en de kosten van verwijdering van het niet nuttig toe te passen gedeelte de nuttige toepassing uit economisch en milieutechnisch oogpunt niet rechtvaardigen.

b) De bevoegde autoriteiten van doorvoer kunnen gemotiveerde bezwaren tegen de voorgenomen overbrenging maken op grond van het tweede, derde en vierde streepje van onderdeel a).

5. Indien de bevoegde autoriteiten binnen de in lid 2 vermelde termijn van mening zijn dat de problemen die aanleiding waren voor hun bezwaren zijn opgelost en dat aan de vervoersvoorwaarden zal worden voldaan, delen zij dat de kennisgever onmiddellijk schriftelijk mede, met afschrift aan de ontvanger en aan de andere betrokken bevoegde autoriteiten.

Indien er naderhand een wezenlijke wijziging in de overbrengingsvoorwaarden optreedt, moet opnieuw kennisgeving worden gedaan.

6. In geval van voorafgaande schriftelijke toestemming maakt de bevoegde autoriteit haar toestemming kenbaar door het begeleidende document op passende wijze af te stempelen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen