Art. 7 Richtlijn 75/268/EEG
1. De Lid-Staten stellen het bedrag van de compenserende vergoeding vast naargelang van de omvang van de permanente natuurlijke belemmeringen van de landbouwactiviteit en binnen de hieronder gestelde grenzen , zonder dat deze vergoeding evenwel minder dan 15 rekeneenheden per grootvee-eenheid ( hiernagenoemd G.V.E . ) of , in voorkomend geval , in de in artikel 3 , lid 3 , omschreven gebieden , per hectare kan bedragen :
a) wat de runder - , schapen - en geitenteelt betreft , wordt de Vergoeding berekend op basis van het aantal gehouden dieren . De vergoeding mag evenwel niet meer dan 50 rekeneenheden per G.V.E . , bedragen . Het totaalbedrag van de vergoeding mag 50 rekeneenheden per hectare der totale oppervlakte groenvoedergewassen van het bedrijf niet overschrijden . De tabel voor het herleiden van runderen , schapen en geiten tot G.V.E . is opgenomen in de bijlage .
Koeien , waarvan de melk voor verhandeling bestemd is , kunnen slechts voor de berekening van de vergoeding in aanmerking worden genomen in de in artikel 3 , lid 3 , omschreven gebieden , alsmede in de in artikel 3 , lid 4 en 5 , omschreven gebieden waarin de melkproduktie een belangrijk deel uitmaakt van de produktie der bedrijven .
Wanneer de Lid-Staten van deze mogelijkheid gebruik maken in de in artikel 3 , lid 4 en 5 , omschreven gebieden , mag de vergoeding niet meer bedragen dan 80 % van het eenheidsbedrag van de vergoeding die voor andere G.V.E . in het gebied wordt toegekend en mag het per bedrijfshoofd voor de berekening van de vergoeding in aanmerking te nemen aantal melkkoeien niet hoger zijn dan 10 eenheden .
b) wat andere teelten dan de runder - , schapen - en geitenteelt betreft , wordt de vergoeding in de in artikel 3 , lid 3 , omschreven gebieden berekend op basis van de oppervlakte cultuurgrond , verminderd met de oppervlakte die bestemd is voor veevoer , met de oppervlakte beteeld met tarwe , en met die van aaneengesloten aanplantingen van appel - , pere - en perzikbomen groter dan 50 are per bedrijf . Zij kan niet meer dan 50 rekeneenheden per hectare bedragen .
2. Het staat de Lid-Staten vrij de compenserende vergoeding niet toe te kennen voor het geheel of een gedeelte van de produktievormen die in aanmerking kunnen komen voor de in lid 1 , sub b ) , bedoelde maatregel .
3. Bij de vaststelling van de toepassingsbesluiten van dit artikel zorgen de Lid-Staten voor middelen voor een effectieve controle van de elementen die gebruikt worden bij de berekening van de aan de begunstigden uitgekeerde bedragen .