Art. 6 Richtlijn 75/268/EEG

Richtlijn 75/268/EEG

1. Wanneer de Lid-Staten een compenserende vergoeding toekennen , komen daarvoor in aanmerking de bedrijfshoofden die ten minste 3 ha cultuurgrond bebouwen en de verbintenis aangaan om gedurende ten minste 5 jaar een landbouwactiviteit te blijven uitoefenen die beantwoordt aan de doelstellingen van deze richtlijn ; het bedrijfshoofd kan van deze verbintenis worden ontslagen indien hij zijn landbouwactiviteit beëindigt overeenkomstig artikel 2 , lid 1 , van Richtlijn nr . 72/160/EEG van de Raad van 17 april 1972 ter bevordering van de bedrijfsbeëindiging in de landbouw en van de aanwending van cultuurgrond tot verbetering van de structuur ( 5 ) ; hij wordt van deze verbintenis ontslagen in geval van overmacht en met name in geval van onteigening of aankoop om redenen van openbaar belang .

Het bedrijfshoofd dat een algemeen ouderdomspensioen ontvangt , wordt van de in de eerste alinea bedoelde verplichting ontslagen .

2. De Lid-Staten zijn gemachtigd om voor de toekenning van de compenserende vergoeding bijkomende of limitatieve voorwaarden te stellen .

Vorige artikelen

Volgende artikelen