Art. 10 Richtlijn 75/268/EEG
1. De aanmoedigingsregeling bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Richtlijn nr . 72/159/EEG en aangepast in artikel 9 , lid 1 en 2 , van de onderhavige richtlijn , is ook van toepassing wanneer het ontwikkelingsplan niet voldoet aan de voorwaarde van artikel 4 , lid 4 , sub b ) , van genoemde richtlijn volgens hetwelk het maximumpercentage van de inkomsten uit niet-agrarische werkzaamheden niet meer mag bedragen dan 20 % ; in dit geval mag dit percentage de 50 % echter niet te boven gaan .
Bovendien is voor wat de in artikel 3 , lid 3 , omschreven zones betreft , de aanmoedigingsregeling bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Richtlijn nr . 72/159/EEG en aangepast in artikel 9 , lid 1 en 2 , van deze richtlijn , eveneens van toepassing wanneer het ontwikkelingsplan niet voldoet aan de voorwaarde van artikel 4 , lid 4 , sub b ) , van genoemde richtlijn , waarin wordt voorgeschreven dat het arbeidsinkomen van het landbouwbedrijf ten minste overeen moet komen met het vergelijkbare arbeidsinkomen voor één volwaardige arbeidskracht ; in dit geval dient het arbeidsinkomen van het landbouwbedrijf evenwel ten minste gelijk te zijn aan 70 % van het vergelijkbare arbeidsinkomen voor één volwaardige arbeidskracht .
2. In de agrarische probleemgebieden met toeristische of ambachtelijke mogelijkheden , kan de in artikel 8 van Richtlijn nr . 72/159/EEG bedoelde aanmoedigingsregeling een aangepast in artikel 9 , lid 1 , van de onderhavige richtlijn , ook betrekking hebben op investeringen op toeristisch of ambachtelijk gebied welke in het landbouwbedrijf worden gedaan voor een bedrag van ten hoogste 10 000 rekeneenheden per bedrijf .