Art. 9 Richtlijn 75/268/EEG

Richtlijn 75/268/EEG

1. De minimumlast , te dragen door de begunstigde van de in artikel 8 van Richtlijn nr . 72/159/EEG bedoelde aanmoedigingsregeling ten behoeve van bedrijfshoofden die een ontwikkelingsplan voorleggen dat beantwoordt aan de artikelen 2 en 4 van dezelfde richtlijn , wordt verlaagd ten opzichte van de in de overige gebieden toegepaste minimumlast . Hij mag echter niet minder dan 2 % bedragen .

De rentesubsidie of het equivalent van deze steun in de vorm van een kapitaalsubsidie of van uitgestelde aflossingen , wordt verhoogd ten opzichte van de in de overige gebieden toegepaste subsidie . Zij mag evenwel niet hoger zijn dan 7 % .

2. Het bedrag van de in artikel 10 van Richtlijn nr . 72/159/EEG bedoelde oriëntatiepremie en de maxima per bedrijf genoemd in Richtlijn nr . 73/131/EEG van de Raad van 15 mei 1973 inzake de in artikel 10 van de richtlijn van 17 april 1972 betreffende de modernisering van landbouwbedrijven bedoelde oriëntatiepremie ( 6 ) kunnen met één derde worden verhoogd . Deze verhoging wordt slechts toegekend voor bedrijven met meer dan 0,5 G.V.E . per hectare groenvoedergewassen .

3. De begunstigde van de in artikel 5 bedoelde compenserende vergoeding kan deze toevoegen aan het arbeidsinkomen in de zin van artikel 4 , lid 1 , van Richtlijn nr . 72/159/EEG , dat bij de voltooiing van het ontwikkelingsplan moet worden bereikt .

Vorige artikelen

Volgende artikelen