Art. 12 Richtlijn 75/268/EEG
1. Onverminderd de bepalingen van artikel 14 van Richtlijn nr . 72/159/EEG , die van lid 2 , sub b ) , van dat artikel uitgezonderd , kunnen de Lid-Staten steun toekennen voor investeringen in bedrijven die niet het arbeidsinkomen kunnen bereiken , vastgesteld volgens artikel 4 van genoemde richtlijn , zoals aangepast bij artikel 9 , lid 3 , en artikel 10 , lid 1 , van onderhavige richtlijn .
2. De in lid 1 bedoelde steun mag niet onder gunstiger voorwaarden worden verleend dan die welke door de Lid-Staat buiten de in artikel 3 bedoelde gebieden wordt toegekend aan de bedrijven die voldoen aan de voorwaarden van artikel 2 en 4 van Richtlijn nr . 72/159/EEG . Het selectief karakter van de aanmoedigingsmaatregelen tot modernisering binnen de in artikel 3 bedoelde gebieden moet echter gewaarborgd zijn .
Indien het investeringen voor bodemverbetering betreft , kan de steun niet onder gunstiger voorwaarden verleend worden dan de voorwaarden waaronder de Lid-Staat in hetzelfde gebied voor investeringen met hetzelfde doel steun verleent aan bedrijven die voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 2 en 4 van Richtlijn nr . 72/159/EEG , zoals deze zijn aangepast in artikel 9 , lid 3 , en artikel 10 , lid 1 , van de onderhavige richtlijn .
3. Wanneer de Lid-Staat de in lid 1 bedoelde steunregeling in een probleemgebied toepast , dient hij artikel 9 , lid 1 , toe te passen .