Rb. Den Haag 10 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16727

Bewaring / einduitspraak Adrar – eiser is in bewaring gesteld ter fine van verwijdering naar Algerije. De grondslag voor de maatregel is een terugkeerbesluit dat in rechte vaststaat. In het arrest Adrar heeft het Hof verduidelijkt dat de bewaringsrechter zo nodig ambtshalve moet nagaan of het beginsel van non-refoulement en/of de in artikel 5 van richtlijn 2008/115 genoemde belangen in de weg staan aan de uitvoering van het terugkeerbesluit en dus aan de verwijdering. Als de verwijdering niet kan plaatsvinden, kan het met de maatregel beoogde doel niet worden bereikt en is de bewaring onrechtmatig. De verklaring voor recht in het arrest Adrar ziet op de omvang van de verplichtingen van de bewaringsrechter, de prejudiciële vragen van de rechtbank hadden ook uitsluitend betrekking op de taak van de rechter. De verplichtingen die voortvloeien uit artikel 5 van richtlijn 2008/115 gelden voor alle autoriteiten en gedurende de gehele periode dat deze richtlijn ten uitvoer wordt gelegd. Indien in het terugkeerbesluit en/of de bewaringsmaatregel niet is gemotiveerd dat artikel 5 van richtlijn 2008/115 niet in de weg staat aan de verwijdering, betekent dit niet zonder meer dat de bewaring onrechtmatig is. De bewaringsrechter moet gelet op artikel 5 van richtlijn 2008/115 beoordelen of zicht op uitzetting bestaat. Het ontbreken van een motivering op dit punt in het terugkeerbesluit of de maatregel betekent niet dat zicht op uitzetting dus ontbreekt. In het bewaringsgehoor worden vragen gesteld over de houding ten aanzien van terugkeer naar het land van herkomst, het familie- en gezinsleven en de gezondheidssituatie van de vreemdeling. De verklaringen die dan worden afgelegd leiden tot het wijzen op de mogelijkheid om een asielaanvraag in te dienen en om te motiveren waarom niet met een lichter middel wordt volstaan. Deze verklaringen kunnen echter ook dienen om te beoordelen of het terugkeerbesluit kan worden uitgevoerd. De rechtbank moet dit beoordelen en kan, indien dit nodig is, ter zitting de hiervoor benodigde informatie verkrijgen en partijen in de gelegenheid stellen om hun standpunten kenbaar te maken. De rechtbank meent dat haar motiveringsplicht meebrengt dat de rechtbank uitdrukkelijk motiveert dat zij het refoulementrisico heeft beoordeeld, ook als dit ambtshalve geschiedt. In de onderhavige procedure staan de in artikel 5 van richtlijn 2008/115 genoemde belangen in de weg aan de verwijdering van eiser naar Algerije. De maatregel kan niet strekken tot de verwijdering, zodat de rechtbank vaststelt dat de maatregel onrechtmatig is opgelegd. De rechtbank meent dat het recht van eiser op een ‘speedy trial’ niet is geschonden. Beroep tegen oplegging van de maatregel gegrond/ opheffing / invrijheidstelling / SV & PKV.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken