Rb. Den Haag 3 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16382
Opheffing bewaring - De rechtbank is ermee bekend dat de bewaringsrechter op grond van vaste Afdelingsjurisprudentie alleen mag vaststellen of er een rechtsgeldig terugkeerbesluit is en dit terugkeerbesluit niet mag beoordelen, tenzij de bewaringsrechter ook is aangezocht om tegelijkertijd het beroep tegen het terugkeerbesluit te behandelen. De rechtbank kan zich niet vinden in deze jurisprudentie en leidt nu juist uit het Unierecht af dat de bewaringsrechter die de rechtmatigheid van een maatregel die strekt tot verwijdering moet beoordelen, verplicht is om te beoordelen of het terugkeerbesluit dat de grondslag van de maatregel is kan worden uitgevoerd. Indien de verwijdering niet kan worden uitgevoerd, kan de maatregel immers niet tot de verwijdering strekken. Als het met de maatregel boogde doel niet kan worden bereikt door de maatregel, is deze maatregel van aanvang af onrechtmatig en is de bewaringsrechter verplicht om de vreemdeling onmiddellijk in vrijheid te stellen. De rechtbank verwijst ter toelichting hiervan naar de verwijzingsuitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 6 mei 2025. Het Hof zal deze door de rechtbank in Adrar gestelde vragen op 4 september 2025 beantwoorden. De rechtbank ziet geen aanleiding om haar uitspraak aan te houden in afwachting van het arrest. – Ararat / uitspraak van de Afdeling van 3 september 2025 / verweerder zal nader moeten beoordelen of het terugkeerbesluit kan worden uitgevoerd. De rechtbank overweegt dat het van de concrete feiten en omstandigheden afhankelijk zal zijn of een aanvullend terugkeerbesluit moet worden genomen met daarin een inhoudelijke motivering ten aanzien van het beginsel van non-refoulement en/of de in artikel 5 van richtlijn 2008/115 genoemde belangen, of dat kan worden volstaan met het in de bewaringsmaatregel benoemen dat verweerder zich hiervan heeft vergewist en -kenbaar- motiveert dat het eerder vastgestelde terugkeerbesluit kan worden uitgevoerd. De rechtbank overweegt in aanvulling hierop dat een inhoudelijke beoordeling zal moeten worden neergelegd in een (aanvullend) terugkeerbesluit en niet in een bewaringsmaatregel. Een bewaringsmaatregel behelst geen vaststelling van onrechtmatig verblijf en kan terugkeerverplichting in het leven roepen. Indien een dergelijke maatregel wordt opgeheven, kan deze ook niet dienen als grondslag voor een mogelijke opvolgende bewaringsmaatregel. – beroep gegrond / opheffing / invrijheidstelling / PKV & SV.
De uitspraak op rechtspraak.nl