ABRvS 2 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4178

Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellanten om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij verwijzingsuitspraak van 13 maart 2023 heeft de rechtbank het Hof van Justitie verzocht om bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op de in die uitspraak gestelde vragen, de behandeling van het door appellanten tegen het besluit van 12 november 2020 ingestelde beroep geschorst en elke verdere beslissing aangehouden. Bij arrest van 17 oktober 2024, Ararat, ECLI:EU:C:2024:892, heeft het Hof de in de verwijzingsuitspraak gestelde vragen beantwoord. Appellanten zijn een vader, een moeder en hun twee dochters, geboren op [geboortedatum] 1995 en [geboortedatum] 1997. Zij hebben allen de Armeense nationaliteit. Zij hebben een aanvraag ingediend om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen te krijgen. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat appellanten niet over een machtiging tot voorlopig verblijf beschikken en zij volgens haar niet in aanmerking komen voor vrijstelling van dit vereiste.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken