Rb. Den Haag 14 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:6103
Bewaring Algerije - artikel 6, lid 4, van richtlijn 2008/115 biedt weliswaar aan lidstaten de mogelijkheid om een onderdaan van een derde land die illegaal op hun grondgebied verblijft op basis van hun nationale recht een zelfstandige verblijfsvergunning of een andere vorm van toestemming tot verblijf te geven in plaats van een terugkeerbesluit te nemen. Deze mogelijkheid brengt evenwel geen Unierechtelijke verplichting voor verweerder mee om uit eigen beweging na te gaan of aan eiser een nationaalrechtelijke verblijfsvergunning moet worden verleend en daarom zou moeten worden afgezien van het vaststellen van onrechtmatig verblijf. - De vraag of aan eiser al dan niet een verblijfsvergunning of andere toestemming van verblijf moet worden verleend, vergt een andere beoordeling dan de vraag of het eenmaal vastgestelde terugkeerbesluit kan dienen als grondslag voor een bewaringsmaatregel ter fine van uitzetting. Met het nemen van een bewaringsmaatregel ter fine van uitzetting, wordt richtlijn 2008/115 ten uitvoer wordt gelegd - Ook indien het terugkeerbesluit dat ten grondslag ligt aan een bewaringsmaatregel die fine van uitzetting wordt opgelegd in rechte vaststaat, is niet ondenkbaar dat de in artikel 5 van richtlijn 2008/115 genoemde belangen in de weg staan aan verwijdering. - Het Hof heeft nader uiteengezet wanneer de in artikel 5 van richtlijn 2008/115 genoemde belangen in de weg staan aan het nemen van een terugkeerbesluit. De rechtbank overweegt dat indien deze belangen pas ontstaan of pas blijken nadat het terugkeerbesluit in rechte is komen vast te staan, deze belangen in de weg kunnen staan aan de effectuering van dit terugkeerbesluit en dus in de weg staan aan de verwijdering. Als deze omstandigheden blijken na oplegging van het terugkeerbesluit en voorafgaand aan oplegging van de maatregel, staan deze in de weg aan oplegging van de maatregel. Indien belangen die in de weg staan aan de verwijdering, blijken na oplegging van de maatregel, dient de maatregel ter fine van verwijdering te worden opgeheven. In beide gevallen zal eerst een aanvullend terugkeerbesluit moeten worden genomen indien verweerder een eerder genomen rechtsgeldig terugkeerbesluit wil effectueren. De rechtbank overweegt dat eiser in zijn bewaringsgehoor en ter zitting op geen enkele wijze heeft gesteld en heeft geconcretiseerd dat zijn in artikel 5 van richtlijn 2008/115 genoemde belangen wezenlijk anders zijn dan ten tijde van het daags voor de zitting genomen terugkeerbesluit en/of dat deze belangen in de weg staan aan terugkeer naar zijn land van herkomst en de verwijdering door verweerder. – beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl