Conclusie A-G Sinnige 17 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:236

Conclusie AG. Poging doodslag door tijdens psychose die is veroorzaakt door LSD-gebruik meer dan dertig keer op slachtoffer in te steken met mes. M1 van de verdachte klaagt over verwerping beroep op OVAR wegens ontoerekenbaarheid. AG gaat in op culpa in causa. Hof heeft aan verwerping verweer ten grondslag gelegd dat de verdachte thuis welbewust LSD heeft genomen terwijl hij op hoogte was van psychedelische effect ervan en vervolgens, na discussie waardoor hij boos werd, met slachtoffer naar bos is gegaan en mes heeft meegenomen. Verwerping verweer niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. M2 van de verdachte bevat falende klacht dat uit de overwegingen van het hof niet volgt op basis van welke in art. 6:106 BW vermelde grond toewijzing vordering tot vergoeding van immateriële schade is gebaseerd en dat hof had moeten ingaan op het verweer dat rekening had moeten worden gehouden met eigen schuld slachtoffer. Middel BP gaat over oordeel hof dat behandeling schadepost ‘economische kwetsbaarheid’ onevenredige belasting strafgeding oplevert. Oordeel hof op dit punt niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd gelet op toekomstige en onzekere aard aangevoerde omstandigheden in vordering en gelet op beperkingen van strafprocedure. Conclusie strekt (wegens overschrijding redelijke termijn) tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping beroep voor overige.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken