HR 2 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:933

Overval op woning in Rotterdam. Medeplegen diefstal met geweld, art. 312.2.2 Sr. 1. Schriftuur b.p.’s. Levert behandeling van deel van vorderingen van b.p.’s onevenredige belasting van strafgeding op? 2. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1. Hof heeft geoordeeld dat vorderingen van b.p.’s A en B (grootouders) t.z.v. materiële schade deels onevenredige belasting van strafgeding opleveren. Daarbij heeft hof o.m. in aanmerking genomen dat vorderingen werden betwist en dat zonder nader onderzoek niet kan worden vastgesteld wat waarde van gestolen goederen was, hoe groot geldbedrag was dat gestolen is en in hoeverre kosten van beveiliging van woning, schilderwerk en aanschaf van hond als rechtstreeks gevolg van bewezenverklaard feit moeten worden aangemerkt. Door aldus te oordelen heeft hof tot uitdrukking gebracht dat omvang van schade en verband tussen gevorderde bedragen en bewezenverklaard feit niet z.m. duidelijk is en dat daarvoor vereist onderzoek onevenredige belasting van strafgeding oplevert a.b.i. art. 361.3 Sv. Dat oordeel is feitelijk en niet onbegrijpelijk. M.b.t. vordering b.p. C (toentertijd 3-jarige kleinzoon) is hof tot oordeel gekomen dat vordering tot vergoeding van immateriële schade ter hoogte van € 5.000 naar maatstaven van billijkheid zich leent voor toewijzing tot bedrag van € 2.500 en voor het overige een onevenredige belasting van strafgeding oplevert. In het licht van bewezenverklaard feit en inhoud van ingediende vordering is dat oordeel evenmin onbegrijpelijk. Tot nadere motivering was hof niet gehouden. Ad 2. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte verplichtingen opgelegd om aan Staat ten behoeve van in arrest genoemd slachtoffers in arrest vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in arrest telkens genoemd aantal dagen hechtenis. HR zal ’s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij telkens vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig hetgeen is beslist in ECLI:NL:HR:2020:914. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. CAG: anders. Samenhang met 18/04126.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken