HR 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:476

1. Afwijking u.o.s. m.b.t. bruikbaarheid verklaringen getuige voor bewijs. 2. Vordering b.p. Ad 1. ’s Hofs overwegingen voldoen aan het motiveringsvoorschrift van art. 359.2, tweede volzin, Sv, en die bepaling noopte het Hof niet tot een nadere motivering. Ad 2. Het oordeel van het Hof dat de behandeling van een gedeelte van de vordering van de b.p. m.b.t. de immateriële schade een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert is feitelijk en kan in cassatie slechts op zijn begrijpelijkheid worden getoetst. In het licht van de bewezenverklaarde feiten en de inhoud van de ingediende vordering is dat oordeel niet onbegrijpelijk. Tot een nadere motivering was het Hof niet gehouden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen