Hof Arnhem 18 juni 2012, ECLI:NL:GHARN:2012:BW8654
Poging gekwalificeerde doodslag. Bewezen is dat verdachte (destijds 22 jaar) bij de uitvoering van een overval (diefstal met geweld) het (65-jarige) slachtoffer opzettelijk (meermalen) met een hamer op/tegen het hoofd heeft geslagen. (Letsel: verbrijzeld aangezichtsbeen en/of jukbeen en/of voorhoofdsbeen en/of een schedelfractuur en/of een gescheurd hersenvlies). Verdachte werd tevens veroordeeld voor een poging diefstal met inklimming, een poging diefstal met geweld in vereniging en een diefstal met braak in vereniging. De feiten zijn aan verdachte in enigszins verminderde mate toegerekend. Verdachte was vele malen eerder voor vermogensdelicten en geweldsdelicten veroordeeld. Verdachte is voor bovengenoemde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaar. Twee medeverdachten – die nauw bij de overval betrokken waren, maar verderop in hun voertuig stonden te wachten – zijn veroordeeld wegens het medeplegen van diefstal met geweld met zwaar lichamelijk letsel als gevolg (en twee van de andere bovengenoemde delicten) tot zes en zeven jaar. De vordering benadeelde partij is toegewezen tot een bedrag van EUR 37.378,23, waarvan EUR 35.000 immaterieel. Zie ook LJN BW8650 en LJN BW8652
De uitspraak op rechtspraak.nl