HR 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:221
Politie als benadeelde partij. Casus: de politie heeft zich gevoegd als b.p. omdat zij schade heeft geleden doordat verdachte een valse aangifte heeft gedaan ex art. 188 Sr, met als grondslag onrechtmatige daad ex art 6:162 BW. Het hof heeft de b.p. n-o verklaard i.v.m. een onevenredige belasting van het strafgeding. Kostenverhaal o.g.v. het privaatrecht levert in beginsel een onaanvaardbare doorkruising op van publiekrechtelijke regelgeving (vgl. HR 21 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2835, NJ 2003/54; civiele kamer). Vordering van de politie als b.p. is wel mogelijk indien de aangifte zou zijn gedaan met geen ander doel dan de politie te schaden en aangever wist of moest begrijpen dat de aangifte de politie zou nopen of bewegen tot nodeloze opsporingshandeling . Indien de politie in het strafproces als b.p. schadevergoeding vordert wegens nodeloos gemaakte kosten, rust op haar de plicht f&o te stellen op grond waarvan kan worden geoordeeld dat aan deze vereisten is voldaan. Bij betwisting rust op de politie ook, overeenkomstig de hoofdregel van art. 150 Rv, de last bewijs van die f&o bij te brengen.
De uitspraak op rechtspraak.nl