HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793
Overzichtsarrest vordering benadeelde partij, art. 51f.1, 361.2.b en 592a Sv, art. 36f Sr en art. 6:96 en 6:106 BW. Medeplegen hennepteelt in door verdachte gehuurde woning (art. 3.B Opiumwet), medeplegen diefstal elektriciteit d.m.v. verbreking in die woning (art. 311.1 Sr) en beschadiging woning (art. 350.1 Sr). Is ’s Hofs toewijzing van bepaalde schadeposten begrijpelijk, nu het slechts schattingen betreft? HR bespreekt aan de hand van zijn eerdere rechtspraak t.b.v. rechtspraktijk enige aandachtspunten die bij beoordeling vordering b.p. een rol kunnen spelen. Daarbij gaat HR nader in op het begrip ‘rechtstreekse schade’, schade die voor vergoeding aan b.p. in aanmerking komt - waaronder vermogensschade, immateriële schade en ‘affectieschade’ en ‘verplaatste schade’ (uitbreiding per 1-1-2019) -, wettelijke rente, hoofdelijke aansprakelijkheid, proceskosten, beoordeling en beslissing rechter en schadevergoedingsmaatregel. B.p. heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat desbetreffende schadeposten zien op schade aan woning van verdachte, welke schade gevolg is van bewezenverklaarde feiten. Voorts heeft b.p. zijn vordering onderbouwd door erop te wijzen dat schade aan woning voor een deel nog niet is hersteld en dat daarvoor nog te maken kosten zijn geschat. Gelet op hetgeen hiervoor, i.h.b. m.b.t. vermogensschade, is overwogen, is ’s Hofs oordeel dat omstandigheid dat deze kosten zijn geschat niet aan toewijzing van die kosten in de weg staat, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 149 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 236 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 238 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 239 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 241 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 79 RO
- Artikel 81 RO
- Artikel 9a Sr
- Artikel 24c Sr
- Artikel 36e Sr
- Artikel 36f Sr
- Artikel 60a Sr
- Artikel 51a Sv
- Artikel 51f Sv
- Artikel 51g Sv
- Artikel 333 Sv
- Artikel 334 Sv
Aangehaalde uitspraken
- HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376
- HR 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:87
- HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2335
- HR 6 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2016
- HR 17 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2637
- HR 16 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:885
- HR 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:221
- HR 7 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:175
- HR 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2241
- HR 27 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2201
- HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1522
- HR 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3694
- HR 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3362
- HR 16 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1656
- HR 7 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:878
- HR 27 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:134
- HR 11 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3148
- HR 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2652
- HR 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:959
- HR 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:123