Conclusie A-G Keulen 31 oktober 2023, ECLI:NL:PHR:2023:970
Conclusie AG. Veroordeling wegens het medeplegen van zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade. Bewijsklachten m.b.t. de vaststelling van hof dat de verdachte een van de daders is en m.b.t. de voorbedachte raad. De conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 21/04586
Zitting 31 oktober 2023
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte
1 De verdachte is bij arrest van 26 oktober 2021 door het gerechtshof Den Haag wegens ‘medeplegen van zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade’ veroordeeld tot twee jaren gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27, eerste lid, Sr. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. En het hof heeft de vordering van de officier van justitie van 25 november 2019 strekkende tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde taakstraf afgewezen.
2 Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. G. van der Steen, advocaat te 's‑Gravenhage, heeft vijf middelen van cassatie voorgesteld. Namens de benadeelde partij heeft D.N. de Jonge, advocaat te Rotterdam, een middel van cassatie voorgesteld. G. van der Steen heeft daarop een verweerschrift ingediend. Ik bespreek eerst de middelen die namens de verdachte zijn voorgesteld.
3 De middelen die namens de verdachte zijn voorgesteld bevatten bewijsklachten. Voordat ik de middelen bespreek, geef ik de bewezenverklaring en de bewijsvoering weer, alsmede delen van het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep en de pleitnota.
Bewezenverklaring, bewijsvoering, proces-verbaal van de terechtzitting en pleitnota
4 Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:
‘hij op 23 april 2019 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander aan dhr. [slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken linker onderarm, heeft toegebracht, door meermalen met kracht met een honkbalknuppel in de richting van het hoofd en tegen de linker arm van die [slachtoffer 1] te slaan.’
5 Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen (met weglating van verwijzingen):
‘1. De verklaring van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 12 oktober 2021 verklaard − zakelijk weergegeven −:
[betrokkene 1] is een vriend van mij. Ik sta op de foto met Ali B. Ik ben de middelste jongen op de foto. Ik sta naast Ali B. De bijnamen van [betrokkene 2] zijn ' [betrokkene 2] ' en ' [betrokkene 2] '. Ik wilde weten of de politie nog in de wijk was. Ik heb [betrokkene 2] toen via de WhatsApp gevraagd of de politie nog in de wijk was. Ik zat samen met [betrokkene 3] in theehuis [A] in Den Haag. [betrokkene 2] heeft [betrokkene 3] en mij naar Zoetermeer gebracht. Ik ben samen met [betrokkene 3] uit de auto gestapt.
2 De verklaring van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 12 december 2019 verklaard − zakelijk weergegeven −:
[betrokkene 3] is [betrokkene 3] .
3 Een proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 24 april 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 24 april 2019 afgelegde verklaring − zakelijk weergegeven − van [slachtoffer 1]:
Gisteren rond 19:00 uur kwam ik aan in mijn garage aan de [a-straat 1] te Zoetermeer. [betrokkene 11] , [betrokkene 4] , [betrokkene 5] , een vriend van hem van wie ik de naam niet weet en ik stonden in de deuropening. Ik keek op de klok en het was 20:40 uur. Ik wilde naar huis gaan. Ik liep naar boven om wat spullen te pakken. Ik liep weer naar beneden en ik werd door [betrokkene 5] of een andere jongen geroepen. Ik keek naar buiten en zag dat er achter de Mercedes van [betrokkene 11] een zwart kleurige auto geparkeerd stond. Ik hoorde [betrokkene 5] of de andere jongen zeggen: "Ja, die is hier". Ik dacht ik loop naar voren want er is een klant. Ik zag dat de zwartkleurige auto naar voren reed. Ik zag dat het raam van de
bijrijdersportier open stond. Ik zag dat er een man op de bijrijdersstoel zat. Ik hoorde hem aan mij vragen: "Ben jij [slachtoffer 1] ?". Ik antwoordde met: "ja, dat ben ik". Ik zag dat de bijrijdersdeur openging. Ik zag dat de man die uitstapte een honkbalknuppel vast had en op mij afkwam. Ik vroeg nog: "Wat ben je aan het doen en ben je gek of zo". Ik liep naar achteren weer mijn garage in. Ik zag dat de man met twee handen de honkbal vast had. Ik zag dat de man.de knuppel in de richting van mijn hoofd uithaalde. Ik kon de honkbalknuppel met mijn linker onderarm afweren. Ik heb twee keer kunnen afweren waardoor de honkbalknuppel mijn onderarm twee keer met kracht geraakt heeft. Ik weet 100 procent zeker dat als ik de honkbalknuppel niet had afgeweerd de man mijn hoofd met de honkbalknuppel geraakt zou hebben. Ik zag dat de man meerdere keren uithaalde met de honkbalknuppel. Ik liep steeds naar achteren waardoor ik in de kofferbak van een Mercedes die in mijn garage stond, viel. De kofferbak van deze Mercedes stond open. Ik zag dat de man bleef uithalen met de honkbalknuppel. Toen ik in de kofferbak lag, zag ik nog een andere man achter de witte Mercedes van [betrokkene 11] staan. Ik hoorde ineens knallen. Het leek op het geluid van rotjes. Ik zag dat de man met het vuurwapen op ongeveer drie meter van mij af stond. Ik zag dat hij zijn arm in de richting van mij wees. Ik hoorde ook knallen. Met de knallen buiten heb ik denk ik in totaal zes à zeven knallen gehoord. Ik zag dat de man met de honkbalknuppel links van mij stond en de man met het wapen rechts van mij. Na het schieten, zijn ze gaan rennen.
De jongen die uitstapte was licht getint en had geen gezichtsbeharing. Hij was in het zwart gekleed. Ik heb hem nog nooit eerder gezien.
U moet het zoeken richting de [familie van betrokkene 3] . Zij zijn al jaren bezig om ons te treiteren. Mijn oudste zoon [betrokkene 6] heeft een relatie met de dochter van [betrokkene 3] . Zij heet [betrokkene 7] . Vanaf 2014 was het aan en uit. Ik heb gezegd: "Stop ermee".
4 Een proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 9 mei 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 9 mei 2019 afgelegde verklaring − zakelijk weergegeven − van [slachtoffer 1] :
De naam van het schadeherstelbedrijf is ' [B] '. Het is van mij en mijn compagnon [betrokkene 8] .
Toen hij (het hof begrijpt: de verdachte) uitstapte, deed hij meteen de honkbalknuppel omhoog alsof hij ermee wilde slaan. Hij hield de honkbalknuppel omhoog met twee handen. Hij mikte op mijn hoofd. Hij sloeg echt op hoofd hoogte. Als hij mijn schedel had geraakt, was het over en uit geweest. Ik kon hem afweren. Hij sloeg met een rechte zwaai vanaf zijn schouderhoogte.
De klappen kwamen achter elkaar. De tweede klap ging ook richting mijn hoofd. Die heb ik weer met mijn linkerarm afgeweerd. Ik hoorde knallen en keek naar buiten. Ik zag toen dader 2 staan en ik zag dat zijn arm richting mij wees. Het ging allemaal snel. Ik zag iets zwarts waar rook uitkwam en hoorde knallen. Toen ik nog een keer naar dader 2 keek, zag ik dat zijn arm voor hem naar links wees. Dat was in de richting van de garage. Ik hoorde nog meer knallen. Na het schieten was het snel afgelopen.
5 Een proces-verbaal van aangifte d.d. 23 april 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 23 april 2019 afgelegde verklaring − zakelijk weergegeven − van [slachtoffer 1]:
Ik voelde dat de honkbalknuppel met harde kracht tegen mijn linker onderarm geslagen werd. Ik voelde meteen dat een bot in mijn arm brak.
6 Een geschrift, zijnde een geneeskundige verklaring d.d. 6 mei 2019, opgemaakt en ondertekend door de arts [betrokkene 9] (…). Deze geneeskundige verklaring houdt onder meer in:
als relaas − zakelijk weergegeven − van deze arts:
Medische informatie betreffende:
Achternaam : [slachtoffer 1]
Voornamen : [slachtoffer 1]
Uitwendig letsel:
- Standsafwijking + zwelling linker onderarm
Is er vermoeden van niet uitwendig waarneembaar letsel?
- Ja, zenuwletsel + breuk
Overige van belang zijnde informatie:
- Operatie breuk onderarm. Zenuwletsel (gevoel duim + wijsvinger) kan na ongeveer 1 of 2 jaar herstellen of niet.
Geschatte duur van de genezing:
- Breuken 3-8 maanden.
7 Een geschrift, zijnde een tussentijdsverslag betreffende [slachtoffer 1] , d.d. 19 juni 2019, opgesteld door [betrokkene 10] , fysiotherapeut & manueel therapeut. Dit geschrift houd onder meer in − zakelijk weergegeven−:
Meneer heeft op dit moment 6 behandelingen gehad. De verwachting is dat meneer nog 1 a 2 maanden onder behandeling zal blijven, wat neerkomt op 4 tot 8 behandelingen.
N. a.v. het misdrijf heeft meneer het volgende letsel opgelopen:
− Antebrachii fractuur L waarvoor plaatfixatie op 24-04-2019.
Huidige situatie:
- Beperkte mobiliteit in de pols
- Pijn is nog duidelijk aanwezig waarvoor meneer pijnmedicatie slikt
- Vermindert gevoel in aantal vingers.
8 Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 24 april 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 23 april 2019 afgelegde verklaring − zakelijk weergegeven − van [betrokkene 4]:
Op 23 april 2019 omstreeks 20:45 uur zag ik een zwarte Golf voorzien van het kenteken [kenteken] . Ik zag dat deze uit de richting kwam van de [a-straat 2] te Zoetermeer. Ik zag dat het voertuig gaande was in de richting van de doorgaande weg [a-straat] . Ik zag dat het voertuig stapvoets langs kwam rijden. Bij het voorbij rijden zag ik dat er twee personen in het voertuig zaten. Ik zag dat deze personen onderuit gezakt zaten. Ik zag dat deze twee personen in het voorbij rijden de garage binnen keken.
Ik ben vervolgens de garage binnengegaan. Op het moment dat ik samen met [slachtoffer 1] naar de uitgang van de garage liep, zag ik dezelfde Volkswagen Golf voorbij komen rijden. Ik hoorde iemand vragen of [slachtoffer 1] er was. Ik zag dat [slachtoffer 1] naar buiten liep.
Ik zag de bijrijder van de Volkswagen Golf met een honkbalknuppel op [slachtoffer 1] in stond te slaan. Ik zag dat de bestuurder van de Volkswagen Golf achter een witte Mercedes stond. De witte Mercedes stond voor de ingang van de garage geparkeerd. Ik zag dat de bestuurder van de Volkswagen Golf in zijn rechterhand een vuurwapen vasthield. Ik hoorde meerdere harde knallen. Ik zag dat de bestuurder in de richting richtte met het vuurwapen op [slachtoffer 1] . Toen ik de bestuurder van de Volkswagen Golf aankeek, zag ik dat hij het vuurwapen op mij richtte. Ik hoorde dat de jongen naar de Volkswagen Golf rende en zag dat ze wegreden met hoge snelheid.
De bijrijder van de Volkswagen Golf was een licht getinte jongen. Hij had een petje op. De bestuurder van de Volkswagen Golf had een donkere huidskleur. Het vuurwapen was zwart van kleur.
9 Het proces-verbaal van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Den Haag van 16 oktober 2019. Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 16 oktober 2019 ten overstaan van de rechter-commissaris afgelegde verklaring − zakelijk weergegeven − van [betrokkene 4]:
Die jongen stond in het wilde weg te schieten. Hij liep te zwaaien met zijn arm, terwijl hij aan het schieten was. Op een gegeven moment begon hij op mij te richten.
10 Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 23 april 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 23 april 2019 afgelegde verklaring − zakelijk weergegeven − van [betrokkene 11]:
Op 23 april 2019 omstreeks 20:30 uur ging ik met mijn auto naar de [a-straat 1] te Zoetermeer om de auto van een vriend op te halen. Die vriend heet [betrokkene 4] . Zijn auto stond ter reparatie bij [B] autoschade. Ik heb voor het pand staan praten met [betrokkene 4] . Omstreeks 20:45 uur zag ik een Golf, zwart van kleur, langs het pand aan de [a-straat 1] te Zoetermeer rijden. Ik zag twee mannen in de auto. Ik zag dat de Golf richting de hoge nummers reed, komende vanaf de lage nummers. Vijf minuten later zag ik de auto vanaf dezelfde kant aan komen rijden. Ik zag dat dezelfde personen erin zaten. Ik zag dat de Golf stopte. Ik hoorde de bijrijder zeggen: "Is [slachtoffer 1] er?". Er werd door ons geantwoord: "Hij is binnen". Ik zag dat de Golf een stukje doorreed. Kort daarna kwam [slachtoffer 1] aangelopen naar buiten. Ik hoorde een andere jongen zeggen: " [slachtoffer 1] is hier". Dit zei hij richting de Golf. Ik zag dat de bijrijder van de Golf uitstapte. Ik zag dat hij een houten knuppel bij zijn stoel vandaan pakte. Een honkbalknuppel. Ik zag dat de bijrijder gefocust was op [slachtoffer 1] . Ik stond op twee meter afstand van de bijrijder. Ik zag dat de bijrijder direct begon te slaan met de knuppel op [slachtoffer 1] . Ik zag hij met twee handen de knuppel bediende en met volle kracht alsof hij een home-run wilde slaan. De eerste klap kwam op de linkerarm van [slachtoffer 1] terecht ter hoogte van zijn elleboog. Ik zag dat hij drie keer sloeg en daarna hoorde ik direct knallen. Ik zag dat de bestuurder van de Golf stond te schieten. Ik hoorde drie of vier knallen. Ik zag een zwart voorwerp met een oranje punt. Ik zag rook uit de punt komen. Ik heb het idee dat het was om te intimideren. Ik zag dat de twee jongens wegreden in de richting van de hoge nummers over de [a-straat] . Ik schat dat ze nog geen twee minuten op de [a-straat] zijn geweest. De bijrijder had een licht getinte huid. Hij droeg een zwarte baseball pet. Ik had het vermoeden dat het een Marokkaans persoon was. De bestuurder was iets donkerder dan de bijrijder.
11 Het proces-verbaal van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Den Haag van 16 oktober 2019. Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 16 oktober 2019 ten overstaan van de rechter-commissaris afgelegde verklaring − zakelijk weergegeven − van [betrokkene 11]:
Het wapen is op meerdere personen gericht geweest. Het was bedoeld om ons op afstand te houden, dat was duidelijk. Ik heb de mannen met de knuppel en het vuurwapen niet met elkaar horen praten of overleggen. De bestuurder was uit op verwarring schoppen, zodat niemand wat kon doen aan die aanval op [slachtoffer 1] . Dat is hem ook gelukt. Er stond zeven man en niemand kon wat doen. Ik denk dat het schieten als intimidatie gebruikt is, om de groep op afstand te houden.
Ik weet dat [slachtoffer 1] van achteren naar voren toe kwam lopen en dat het toen heel snel ging. Die man kwam langs mij en toen escaleerde het vrij snel en vrij direct erachteraan werd er geschoten.
12 Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 24 april 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 23 april 2019 afgelegde verklaring − zakelijk weergegeven − van [betrokkene 5]:
Op 23 april 2019 omstreeks 20:15 uur bevond ik mij op de [a-straat 1] te Zoetermeer. Ik was hier met een vriend. Ik kwam koffiedrinken bij [betrokkene 8] . [betrokkene 8] heeft een autobedrijf op de [a-straat 1] te Zoetermeer. Ik stond bij de garagedeur. Ik zag een Volkswagen Golf, zwart van kleur, met het kenteken [kenteken] langs de garage aan de [a-straat 1] te Zoetermeer rijden. Ik zag dat er twee personen in het voertuig zaten. Ik zag dat de auto in de richting van de [a-straat] en dan de doorgaande weg reed. Ongeveer twee minuten later zag ik weer de Volkswagen Golf vanaf de achterzijde aan komen rijden. Ik zag dat de auto stopte. Ik zag dat de bijrijder zijn raam open had. Ik hoorde de bijrijder vragen of [slachtoffer 1] aanwezig was. Er is tegen de bijrijder gezegd dat [slachtoffer 1] binnen was. Ik zag dat de auto weg wilde rijden. Ik zag dat [slachtoffer 1] vanuit de garage aan kwam lopen.
Ik zag dat de bijrijder op [slachtoffer 1] afliep. Ik zag dat er gericht op [slachtoffer 1] ingeslagen werd. Ik zag dat de bestuurder van de Volkswagen Golf uit zijn voertuig stapte. Ik zag dat hij een vuurwapen in zijn handen had. Ik zag en hoorde dat de bestuurder van de Volkswagen Golf schoot. De bijrijder was een Marokkaanse jongen, licht getinte huidskleur. Hij droeg een zwarte pet met witte letters. De bestuurder had een donkere huidskleur.
13 Het proces-verbaal van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Den Haag van 4 december 2019. Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 4 december 2019 ten overstaan van de rechter-commissaris afgelegde verklaring − zakelijk weergegeven − van [betrokkene 5]:
De bijrijder kwam met een stuk hout aan en daar begon hij gelijk gericht mee te slaan, vanaf boven zijn hoofd naar beneden. [slachtoffer 1] heeft het afgeweerd. De klap eindigde op zijn arm, waarmee [slachtoffer 1] het hout tegenhield. Zij arm was voor zijn gezicht ter bescherming. Er werd een aantal keren op dezelfde manier geslagen. Alle slagen kwamen op zijn arm terecht. Ik heb daarna ook zijn arm gezien, dat was niet echt een prettig gezicht. Hij heeft zijn arm steeds voor zijn gezicht gehouden. Ik zag de bestuurder met een wapen staan. Er is een aantal keren geschoten.
14 Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 23 april 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 23 april 2019 afgelegde verklaring − zakelijk weergegeven − van [betrokkene 12]:
Op 23 april 2019 bevond ik mij ter hoogte van [a-straat 1] , autoschadebedrijf [B] , aan de [a-straat] te Zoetermeer. Ik was hier met [betrokkene 5] , [betrokkene 8] en nog twee voor mij onbekende mannen. Ik stond in de deuropening. Eigenaar [slachtoffer 1] was in zijn bedrijf aanwezig. Ik zag dat er een zwarte Volkswagen Golf aan kwam rijden uit de richting van de openbare weg. Ik zag dat er twee personen in deze Volkswagen Golf zaten. Ik zag de mannen in de Volkswagen Golf onze kant op keken. Zij reden vervolgens door in de richting van het doodlopende stuk weg. Ik zag dat ze korte tijd later omgekeerd waren en weer terug in onze richting kwamen rijden. Ik zag dat het raam van het bijrijdersportier geopend was. Ik hoorde de bijrijder vragen: "Is [slachtoffer 1] er?". Ik hoorde iemand zeggen dat [slachtoffer 1] in zijn kantoor was. Ik zag direct hierop dat [slachtoffer 1] aan kwam lopen. Ik riep naar de mannen in de Golf: "Hij is er". Ik zag dat de Volkswagen Golf twee meter achteruit reed. Ik zag dat de man een honkbalknuppel in zijn hand had. Ik zag dat hij de honkbalknuppel omhoog bracht. Ik zag dat hij de honkbalknuppel vervolgens met volle kracht in de richting van [slachtoffer 1] bracht en hem raakte. Ik zag dat hij [slachtoffer 1] meerdere keren met de honkbalknuppel sloeg. Ik zag dat de andere man een vuurwapen in zijn rechterhand had. Toen de man met het vuurwapen uit de auto stapte, richtte hij het vuurwapen op iemand achter mij. Ik hoorde knallen. Ik zag twee keer een vonk bij de cilinder van het vuurwapen. Ik zag dat de Volkswagen wegreed. Het kenteken van de Volkswagen was [kenteken] .
15 Het proces-verbaal van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Den Haag van 4 december 2019. Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 4 december 2019 ten overstaan van de rechter-commissaris afgelegde verklaring − zakelijk weergegeven − van [betrokkene 12]:
U vraagt mij of ik een van de twee mannen iets heb horen zeggen die dag. Niet tegen elkaar. Ze reden een paar keer voorbij in de auto, om te kijken. Ze waren op zoek naar [slachtoffer 1] .
16 Een proces-verbaal van aangifte d.d. 25 april 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 23 april 2019 afgelegde verklaring − zakelijk weergegeven − van [betrokkene 8]:
Op 23 april 2019 ben ik getuige geweest van een zware mishandeling en schietincident op mijn collega [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] en ik zijn in 2013/2014 begonnen met ons eigen bedrijf. Dit bedrijf heet [B] en is gevestigd aan de [a-straat 1] te Zoetermeer. [slachtoffer 1] had problemen. Het ging over zijn oudste zoon. Deze zoon had een relatie met een meisje en er waren problemen met die schoonfamilie. Verder heeft [slachtoffer 1] geen problemen met mensen. Op de zaak hebben [slachtoffer 1] en ik ook geen problemen. Deze jongens vroegen specifiek naar [slachtoffer 1] .
We waren met [slachtoffer 1] , [betrokkene 11] , [betrokkene 12] , [betrokkene 5] , ikzelf en een klant van wie ik de naam niet meer weet. Onze garage heeft een rolluik. Het rolluik stond open. [betrokkene 11] kwam met een witte Mercedes. Deze auto stond horizontaal voor onze garagedeur. Op een gegeven moment kwam er een Volkswagen Golf voorbij. Deze was zwart van kleur. Hij reed langzaam voorbij. Vervolgens kwam hij niet veel later nog een keer voorbij. Ik hoorde dat de Golf stopte. In eerste instantie aan de rechterkant van de witte Mercedes. Ik hoorde dat iemand vanuit de Golf vroeg of [slachtoffer 1] er was. Ik zag dat de Golf weer begon te rijden. Opeens hoorde ik: " [slachtoffer 1] is hier" of woorden van gelijke strekking. Ik zag dat de Golf weer stopte. Dit keer links van de Mercedes gezien als je met je gezicht naar het pand staat. Ik zag [slachtoffer 1] naar buiten lopen. Hij stond tussen de Mercedes en onze werkplaats in. Ik zag dat de jongen met een knuppel sloeg in de richting van [slachtoffer 1] . Hij had de knuppel met twee handen vast en zijn beweging was van rechtsboven naar beneden. Deze jongen kwam vanaf de bijrijdersstoel uit de Golf. Hij sloeg met volle kracht. Terwijl deze jongen op [slachtoffer 1] sloeg, kwam de andere jongen, bestuurder, ook uit de auto. Ik zag dat hij een vuurwapen vasthield. Ik zag dat hij deze richtte in de richting van [slachtoffer 1] . Ik hoorde een knal uit het wapen komen. Ik zag wat witte rook uit het wapen komen. Vervolgens zag ik dat deze jongen het wapen op mij richtte. Voor mijn gevoel was het afgesproken werk. De jongen met de honkbalknuppel was licht getint. Ik zag meteen dat de linkerarm van [slachtoffer 1] er niet goed uitzag. Zijn hand hing helemaal slap.
17 Een proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 29 april 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 29 april 2019 afgelegde verklaring − zakelijk weergegeven − van [slachtoffer 1]:
Wij zijn zelf ook op zoek geweest naar die namen van die jongens. Mijn dochter [betrokkene 13] vond op de Instagramsite van de vader van de [familie van betrokkene 3] een foto met daarop Ali B. Ik zag dat naast Ali B een jongen stond die ik herkende als de dader die mij met de honkbalknuppel had geslagen. Het was de middelste van de drie mannen op de foto. Naast hem stond de zoon van [betrokkene 3] . Mijn dochter vertelde dat de jongen die mij geslagen had [verdachte] wordt genoemd en zij vertelde ook dat hij dikke maatjes is met [betrokkene 3] en dat dit de andere jongen op de foto is. De foto's van het Instagram bericht heeft mijn dochter u toegestuurd.
18 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 mei 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als relaas − zakelijk weergegeven − van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 2 mei 2019 werd ik, verbalisant, gebeld door [betrokkene 13] . Op een site van de [familie van betrokkene 3] had zij een foto gezien van Ali B met daarop twee mannen. Haar vader had de man naast Ali B herkend als een van de daders. Zij wist dat die man [verdachte] werd genoemd. Zij kende de andere man als [betrokkene 3] .
Uit onderzoek is vastgesteld dat met [betrokkene 3] wordt bedoeld
Naam : [betrokkene 3]
Voornaam : [betrokkene 3] .
19 Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 10 mei 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 10 mei 2019 afgelegde verklaring − zakelijk weergegeven − van [betrokkene 13]:
Ik zag dat de vader van [familie van betrokkene 3] een Instagram account heeft. Ik zag dat daarop heel veel foto's stonden met verschillende jongens erop. Ik heb toen screenshots gemaakt.
20 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 april 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als relaas − zakelijk weergegeven − van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 30 april 2019 ontving ik, verbalisant [verbalisant 1] , een mail van de recherche van District D alwaar een foto stond afgebeeld van een drietal personen. Gevraagd werd welke twee personen naast de bekende Nederlander Ali Bouali, ook wel Ali B genoemd, stonden afgebeeld.
Ik herkende beide personen direct als:
[verdachte] , geboren [geboortedatum] -1998 (persoon 1)
en
[betrokkene 3] , geboren [geboortedatum] -1994
Ik, verbalisant [verbalisant 1] , ben binnen het politiebasisteam Zoetermeer portefeuillehouder van de Persoonsgerichte Aanpak (PGA) en van de aanpak van de problematische jeugdgroepen te Zoetermeer. Beide personen zijn onderdeel van deze aanpak. In het kader hiervan heb ik regelmatig foto's gezien van deze personen. [betrokkene 3] heb ik meerdere keren in persoon gezien. Zijn bijnaam is: [betrokkene 3] .
Het betreft een wat oudere foto van beide personen.
Over hun identiteit was mij door anderen geen informatie verstrekt.
Ik herkende persoon 1 op de foto als [verdachte] om de volgende redenen:
- De vorm van zijn gezicht
- De vorm en stand van zijn ogen
- De vorm en positie van zijn neus
- Zijn haarlijn
- Zijn huidskleur.
21 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 april 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als relaas − zakelijk weergegeven − van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 29 april 2019 werd ik, verbalisant [verbalisant 2] , aangesproken door een Operationeel Expert van de recherche van District D. Zij vroeg mij een foto te bekijken waarop drie personen stonden afgebeeld. Zij vroeg of ik naast de bekende Nederlander Ali B, formeel genaamd Ali Bouali, de twee andere personen herkende.
Ik, verbalisant, herkende de beide personen als
[verdachte] , geboren [geboortedatum] -1998 (persoon 1)
en
[betrokkene 3] , geboren [geboortedatum] -1994
Ik, verbalisant [verbalisant 2] , ben binnen het politiebasisteam Zoetermeer portefeuillehouder van de Persoonsgerichte Aanpak (PGA) en van de aanpak van de problematische jeugdgroepen te Zoetermeer. Beide personen zijn onderdeel van deze aanpak. En daarnaast stel ik sinds ongeveer vijf jaar wekelijks een briefing samen met hierin de belangrijke zaken rondom de aanpak van de Jeugd en rondom de PGA. Met enige regelmaat heb ik een dia opgemaakt rondom [betrokkene 3] met hierbij zijn foto. Daarnaast heb ik ook een aantal maal een dia opgemaakt rondom [verdachte] .
Over hun identiteit was mij door anderen geen informatie verstrekt.
Ik herkende persoon 1 op de foto als [verdachte] om de volgende redenen:
- De vorm van zijn gezicht
- De vorm van zijn neus
- Zijn haarlijn
- Zijn huidskleur.
22 Een proces-verbaal van relaas d.d. 5 mei 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als relaas − zakelijk weergegeven − van de betreffende opsporingsambtenaar:
Uit onderzoek is vastgesteld dat op 23 april 2019 omstreeks 16.50 uur [slachtoffer 2] samen met een vriendin [slachtoffer 3] op de Petuniatuin te Zoetermeer was mishandeld. Door [slachtoffer 3] werd verklaard dat zij enkele jongens die hun mishandeld hadden herkende als de jongens van de [familie van slachtoffer 1] .
Door een broer van [slachtoffer 2] zou later gezegd zijn dat zij geen aangifte moest doen en dat zij het zelf wel zouden oplossen.
23 Het proces-verbaal van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in het gerechtshof Den Haag van 17 augustus 2021. Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 17 augustus 2021 ten overstaan van de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring − zakelijk weergegeven − van [betrokkene 3]:
[verdachte] is een vriend. Op 23 april 2019 ben ik in een boze toestand naar de garage gereden. Er vond een mishandeling plaats waar ik erg boos over was. Ik ben in mijn boosheid, als automatische reactie op dat telefoontje, daarheen gegaan. Ik was niet alleen. Ik had een vuurwapen bij me. Later die dag was ik met [verdachte] in theehuis [A] in Den Haag. [verdachte] heeft [betrokkene 2] (het hof begrijpt: [betrokkene 2] , zie bewijsmiddel 30) geregeld.
Ik vond het op dat moment het verdiende loon voor [slachtoffer 1] (het hof begrijpt: [slachtoffer 1]). Hij moet ons met rust laten. Ik heb een paar keer geschoten.
24 Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 6 augustus 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 6 augustus 2019 afgelegde verklaring − zakelijk weergegeven − van [betrokkene 1]:
Mijn telefoonnummer is [telefoonnummer 1] . Dit is het enige nummer dat ik heb. [verdachte] is een goede vriend van mij.
25 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 april 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als relaas − zakelijk weergegeven − van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 23 april 2019 omstreeks 20:54 uur werd ik, verbalisant [verbalisant 3] , gestuurd door de centrale meldkamer Eenheid Den Haag naar de [a-straat 1] te Zoetermeer. Daar zou een schietpartij hebben plaatsgevonden.
26 Een proces-verbaal van onderzoek historische verkeersgegevens d.d. 4 mei 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als relaas − zakelijk weergegeven − van de betreffende opsporingsambtenaar:
Gebruiker telefoonnummer [telefoonnummer 2]
Gedurende het onderzoek is gebleken dat het telefoonnummer [telefoonnummer 2] in gebruik is bij [betrokkene 3] , geboren op [geboortedatum] 1994.
Plaats delict Da Sangalloruimte/Ruimtebaan te Zoetermeer
Op 23 april 2019 te 20:55:56 uur heeft de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] gebeld naar het telefoonnummer [telefoonnummer 1] (het hof begrijpt: [betrokkene 1] , zie bewijsmiddel 24). De mobiele telefoon maakte hierbij gebruik van de zendmast gevestigd op de Lijnbaan 311 te Zoetermeer.
De Lijnbaan 311 is in de directe omgeving van de Da Sangalloruimte/Ruimtebaan te Zoetermeer.
27 Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 25 april 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 25 april 2019 afgelegde verklaring − zakelijk weergegeven − van [betrokkene 15]:
Ik zat op 23 april 2019 rond 21:00 uur op mijn balkon. Beneden mijn balkon ligt een parkeerterreintje. Dit parkeerterrein ligt aan de straat Dasangolaruimte (het hof begrijpt: Da Sangalloruimte) te Zoetermeer. Er kwam een zwarte Golf het parkeerterrein op rijden. Het viel mij op dat deze auto aardig hard reed. Ik zag eigenlijk meteen twee jongens uit de auto stappen. Ze stonden nog even bij de auto met de deuren open. Ze leken ook wat schichtig om zich heen te kijken. Ik vond het maar raar gedrag en keek ze daarom na. Ze renden vanaf het parkeerterrein in de richting van het schooltje. Ze lopen dan redelijk dicht langs mijn balkon. Ik zag dat een van de twee jongens een honkbal knuppel onder zijn rechterarm droeg. Het was een houten knuppel. Hij had hem bij het handvat vast en de bovenkant eindigde in zijn oksel waardoor hij voor mijn gevoel probeerde de honkbalknuppel te verstoppen of minder te doen opvallen. Een van de twee jongens bukte bij het rechter hekje bij de schooltuin. Er zijn daar bosjes. Vervolgens liepen ze samen verder richting de Albert Heijn. Daarvoor moesten ze het grasveldje schuin oversteken. Ik zag dat een van de jongens de honkbalknuppel weggooide. Ik zag dat deze door de lucht vloog en op de bosjes terecht kwam die bij dat grasveldje liggen. Dit zijn de bosjes links van de schooltuintjes.
De jongens hebben rechts iets neergelegd en naar links op de bosjes de honkbalknuppel gegooid. Ik vond het allemaal maar raar wat er gebeurde. Ik wilde het kenteken noteren en de politie in kennis stellen. Ik heb 112 gebeld. Het kenteken van de Golf was [kenteken] .
Ik heb de politie gewezen in de richting van de honkbalknuppel. Deze troffen zij aan. Naast de honkbalknuppel werd ook een vuurwapen gevonden. Dat vuurwapen lag aan de kant waar ik die jongen zag bukken. Aan de rechterkant van de schooltuintjes.
Rond 23:45 à 00:00 uur zag ik op de Sullivanlijn een rode auto stoppen tussen de gymzaal en de school. Er stonden nog wat politieagenten. Ik zag twee personen uitstappen. Ze waren in het zwart gekleed. Ik zag dat ze via het basketbalveldje achter de bosschages richting de school liepen. Ze konden vanaf daar het fietspad inkijken. Dat fietspad leidt naar het parkeerterrein waar de Golf geparkeerd stond. Deze was inmiddels door de politie weggehaald. Ik zag dat de jongens, zodra zij de politie zagen staan, wegrenden richting de Lijnbaan voor het gymzaaltje langs. Ik denk dat dit de jongens waren die eerder de Golf geparkeerd hadden. Die waren ook in het zwart gekleed. De rode auto bleef ook niet wachten. Die rode auto stopte, twee jongens stapten uit, rode auto reed weer weg. Ik heb voor dit ook weer 112 gebeld. Ik weet zeker dat een van de twee jongens een pet droeg.
28 Een proces-verbaal van onderzoek historische verkeersgegevens d.d. 4 mei 2,019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als relaas − zakelijk weergegeven − van de betreffende opsporingsambtenaar:
Aanleiding onderzoek:
Op 23 april 2019 te 20:54 uur werd op de [a-straat] te Zoetermeer aangever [slachtoffer 1] ernstig mishandeld met een honkbalknuppel en werd er ook op hem geschoten.
Op 23 april 2019 omstreeks 21:00 uur werd door een getuige gezien dat een zwarte Volkswagen Golf op het parkeerterrein van de Da Sangalloruimte te Zoetermeer werd geparkeerd.
Gedurende het onderzoek is gebleken dat het telefoonnummer [telefoonnummer 2] in gebruik is bij [betrokkene 3] .
Op dinsdag 23 april 2019 te 20:55:56 uur heeft de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] gebeld naar het telefoonnummer [telefoonnummer 1] (het hof begrijpt: [betrokkene 1] , zie bewijsmiddel 24). De mobiele telefoon (het hof begrijpt: met nummer [telefoonnummer 2] ) maakte hierbij gebruik van de zendmast gevestigd op de Lijnbaan 311 te Zoetermeer.
Op onderstaande afbeelding is het zendmastbereik weergegeven van de cellid waarbinnen de gebruiker van de mobiele telefoon [telefoonnummer 2] zich tijdens de uitgaande oproep bevond.
Met een rode ster is het plaats delict op de Da Sangaloruimte/Ruimtebaan te Zoetermeer weergegeven.
(…)
29 Een proces-verbaal van onderzoek historische verkeersgegevens d.d. 7 mei 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als relaas − zakelijk weergegeven − van de betreffende opsporingsambtenaar:
Gebruiker telefoonnummer [telefoonnummer 3]
Gedurende het onderzoek is gebleken dat het telefoonnummer [telefoonnummer 3] in gebruik is bij [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1998.
Onderzoek historische verkeersgegevens [telefoonnummer 3]
Uit analyse van de historische verkeersgegevens van 23 april 2019 blijkt dat er tussen 23 april 2019 te 19:57:59 uur en 23 april 2019 te 21:15:34 uur geen telefonische contacten hebben plaatsgevonden.
Op 23 april 2019 te 21:15:34 uur ontving de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] een sms-bericht van de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . De mobiele telefoon (het hof begrijpt: de mobiele telefoon met nummer [telefoonnummer 3] ) maakte hierbij gebruik van de zendmast gevestigd op Strand 1 te Zoetermeer.
Onderzoek historische verkeersgegevens [telefoonnummer 2] ( [betrokkene 3] )
Uit de analyse van de historische verkeersgegevens van 23 april 2019 was gebleken dat de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] mogelijk op of in de nabijheid van het plaats delict op de [a-straat] te Zoetermeer en het plaats delict nabij de Sangalloruimte/Ruimtebaan te Zoetermeer is geweest.
Uit de historische verkeersgegevens is gebleken dat de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] na het incident op de Da Sangalloruimte/Ruimtebaan te Zoetermeer verplaatst in de richting van Zoeterwoude.
Dit blijkt uit de volgende bevindingen.
Op 23 april 2019 te 21:07:06 uur heeft de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] gebeld naar het telefoonnummer [telefoonnummer 4] . De mobiele telefoon maakte hierbij gebruik van de zendmast gevestigd op de Kalverweide 87-117 te Zoetermeer.
Op 23 april 2019 te 21:09:49 uur heeft de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] gebeld naar het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . De mobiele telefoon (het hof begrijpt: met nummer [telefoonnummer 2] ) maakte hierbij gebruik van de zendmast gevestigd op de Lijnbaan 311 te Zoetermeer.
Op 23 april 2019 te 21:21:56 uur heeft de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] gebeld naar het telefoonnummer [telefoonnummer 5] . De mobiele telefoon maakte hierbij gebruik van de zendmast gevestigd op de Papeweg 2-4 te Zoetermeer.
Op onderstaande afbeelding is het zendmastbereik weergegeven van de cellid's waarvan het telefoonnummer [telefoonnummer 2] zich tijdens de uitgaande oproepen bevond en tevens van de cellid waarvan het telefoonnummer [telefoonnummer 3] zich tijdens de inkomende oproep bevond.
Op de afbeelding is tevens de snelste autoroute te zien richting de zendmast op de Papeweg 2-4 te Zoeterwoude. Gezien de tijdstippen van de uitgaande oproepen is dit vermoedelijk de route die door [betrokkene 3] is afgelegd.
(…)
Conclusie
Het zendmastbereik van de cellid waarvan het telefoonnummer [telefoonnummer 3] zich tijdens de inkomende oproep bevond ligt op de route die vermoedelijk [betrokkene 3] heeft afgelegd. Gezien deze informatie en gezien de tijdstippen is het aannemelijk dat zij zich samen hebben verplaatst.
30 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 juli 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als relaas − zakelijk weergegeven − van de betreffende opsporingsambtenaar:
Het telefoonnummer [telefoonnummer 2] is getapt. Uit de opgenomen en afgeluisterde tapgesprekken is vastgesteld dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [betrokkene 3] ( [geboortedatum] .94) die [betrokkene 3] wordt genoemd door vrienden en kennissen.
Bij de aanhouding van de verdachte [verdachte] werd onder hem een mobiele telefoon inbeslaggenomen met het mobiele nummer [telefoonnummer 3] . Ik, verbalisant, heb een onderzoek ingesteld in de opgeslagen gegevens in deze mobiele telefoon. Uit de whats app berichten kwam het volgende naar voren:
23-4-29019
Participants:
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [betrokkene 1] (het hof begrijpt: [betrokkene 1] , zie bewijsmiddel 24)
[telefoonnummer 6] @s.whatsapp.net [betrokkene 2] (het hof begrijpt: [betrokkene 2] , zie bewijsmiddel 31)
In de opgevraagde historische verkeersgegevens van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 3] (in gebruik bij [verdachte] ) staat op 23 april 2019 om 21:15:34 uur een sms-bericht van [telefoonnummer 1] (in gebruik bij [betrokkene 1] ).
Uit de zendmastgegevens blijkt dat de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 3] zich dan bevindt binnen het zendbereik van Strand 1 te Zoetermeer.
Uit de historische verkeersgegevens van het mobiele nummer [telefoonnummer 1] blijkt dat de gebruiker zich op dat moment bevindt binnen het zendmastbereik van de zendmast aan de Europaweg te Zoetermeer.
Uit registratie blijkt dat er om 21.15.34 uur een SMS-bericht binnen komt op de mobiele telefoon met nummer [telefoonnummer 3] dat volgens de extra gegevens uit de mobiele telefoon met nummer [telefoonnummer 1] is verstuurd om 20.03 uur. Dit betreft een sms van de provider over een gemiste oproep.
Met betrekking tot de gemiste oproep van 23 april 2019 te 20:03 uur en het binnenkomende sms-bericht op 21:15:34 uur is een nader onderzoek ingesteld. Uit dat onderzoek blijkt dat als de beller voordat de gebelde opneemt of afsluit, voordat het gesprek over gaat in een voicemail, dit niet geregistreerd wordt bij de provider. Uit de historische verkeersgegevens van de mobiele telefoonnummers [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 1] komt dit gesprek niet naar voren.
Gezien bovenstaande bestaat sterk het vermoeden dat de gebelde ( [verdachte] ) na 19:58 uur de simkaart uit zijn telefoon heeft gehaald. Dit vermoeden wordt versterkt doordat om 21:15 uur een sms-bericht binnenkomt over de gemiste oproep van 20:03 uur.
Tussen 22:05 uur en 23:47 uur zijn er meerdere WhatsApp-gesprekken. Enkele passages uit deze gesprekken:
Incoming; 22:05:03; from [betrokkene 2] : die gepanserde politie busje plakt hem door de wijk
Outgoing; 23:22:25; from [telefoonnummer 3] : Sehh sehh we waren al Weg Outgoing; 23:32:03; from: [telefoonnummer 3] : kan iemand ons ophalen [A]
Outgoing; 23:23:10; from: [telefoonnummer 3] : Zijn ze dr nog
Outgoing; 23:23:11; from: [telefoonnummer 3] : of al weg
Incoming; 23:23:16; from: [betrokkene 2] : al weg
Incoming; 23:23:19; from: [betrokkene 2] : waar ben je
Outgoing; 23:23:24; from: [telefoonnummer 3] : Ben den haag
Outgoing; 23:23:25; from: [telefoonnummer 3] : [A]
Outgoing; 23:23:29; from: [telefoonnummer 3] : Die theehuis
Incoming; 23:23:42; from: [betrokkene 2] : sehh met wie ben je
Outgoing; 23:24:06; from: [telefoonnummer 3] : Met [betrokkene 3]
Incoming; 23:24:06; from: [betrokkene 2] : kom je halen met ma pangma
Outgoing; 23:25:05; from: [telefoonnummer 3] : deelt locatie
Uit de gehele WhatsApp conversatie kan worden aangenomen dat [verdachte] naar Den Haag is gegaan samen met een persoon die hij [betrokkene 3] noemt (bijnaam [betrokkene 3] ). Uit de locatievoorziening van de mobiele telefoon [telefoonnummer 3] blijkt dat hij (het hof begrijpt: de verdachte) omstreeks 22:10 uur in Den Haag is in de omgeving van de [b-straat] te Den Haag. Bekend is dat daar de vader woont van de verdachte [betrokkene 3] . Omstreeks 23:02:20 uur geeft de locatievoorziening van de telefoon aan dat de telefoon zich dan bevindt in de omgeving van de Valkenboslaan te Den Haag.
Uit de historische verkeersgegevens van de mobiele telefoon [telefoonnummer 2] ( [betrokkene 3] ) blijkt dat deze op 23 april 2019 omstreeks 22:11 uur de zendmast aanstraalt aan de Ripperdastraat Den Haag. Deze zendmast ligt hemelsbreed op een afstand van 300 meter van de [b-straat] te Den Haag.
De gebruiker van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 1] betreft [betrokkene 1] die in de contactenlijst van de mobiele telefoon [telefoonnummer 3] als [betrokkene 1] staat.
31 Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 31 augustus 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 31 augustus 2019 afgelegde verklaring − zakelijk weergegeven − van [betrokkene 2]:
Mijn telefoonnummer is [telefoonnummer 6] . Mijn vrienden noemen mij [betrokkene 2] / [betrokkene 2] . In de avond van 23 april 2019 is er een app dat [verdachte] vraagt wie hen kan ophalen. Ik zeg dat ik dat wel kan doen. Ik heb [betrokkene 3] (het hof begrijpt: [betrokkene 3] ) en [verdachte] opgehaald in een rode Honda bij dat theehuis in Den Haag. Ik heb ze naar een parkeerplaats bij het winkelcentrum in Noordhove in Zoetermeer gebracht. Het kan mijn auto zijn geweest bij de Sullivanlijn te Zoetermeer en daar zijn [betrokkene 3] en [verdachte] uitgestapt.
32 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 april 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als relaas − zakelijk weergegeven – van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 23 april 2019 was ik, verbalisant [verbalisant 4], omstreeks 21.15 uur bezig met een melding van een schietpartij op de [a-straat] te Zoetermeer. Ik reed samen met collega's in de omgeving van de Ruimtebaan te Zoetermeer. Wij werden gestuurd naar de Da Sallangoruimte (het hof begrijpt: Da Sangalloruimte) te Zoetermeer, een zijstraat van de Ruimtebaan. Rond 21.17 uur kwamen wij ter plaatse. Ik zag het voertuig, een zwarte Volkswagen Golf, voorzien van kenteken [kenteken] in een parkeervak voor de flat staan. De Golf is in beslag genomen.
Ik, verbalisant, zag op de heg een licht houten voorwerp steken, gelijkend op een handvat van een honkbalknuppel. Ik zag dat deze halverwege de breedte van de heg lag. Een medewerker van Forensische Opsporing heeft de honkbalknuppel veiliggesteld. Wij hebben via het bureau gevraagd om een speurhond. De hond is langs de heg gelopen vanaf het aangetroffen voertuig. Ter hoogte van een hek dat in de heg zit ging de hond liggen. Hierop hebben we op dit punt in de bosjes verder gezocht en zagen een voorwerp liggen. Het voorwerp zat in een werkhandschoen gestopt. Het betrof een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Ook het vuurwapen is door de Forensische Opsporing veiliggesteld.
33 Een proces-verbaal doorzoeking PA [kenteken] d.d. 9 mei 2019 van Politie Eenheid Den Haag (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als relaas − zakelijk weergegeven − van de betreffende opsporingsambtenaar:
De personenauto van het merk Volkswagen, type Golf, kleur zwart en voorzien van het kenteken [kenteken] waarmee de twee verdachten naar de pleegplaats waren gekomen, werd even later aangetroffen en in beslag genomen.
Op 9 mei 2019 werd in de Volkswagen Golf, kleur zwart, voorzien van kenteken [kenteken] waarmee de twee verdachten naar de pleegplaats waren gekomen inbeslaggenomen:
- Een honkbalknuppel verpakking en honkbal op de achterbank achter de passagiersstoel.
Het is mij, verbalisant, ambtshalve bekend dat de verdachte [betrokkene 3] , geboren op [geboortedatum] 1994, gebruik zou maken van deze personenauto.
(…)
Kennelijke verschrijvingen in het arrest:
In het op 26 oktober 2021 gewezen arrest zijn per abuis na te melden onjuistheden vermeld die als volgt worden verbeterd:
- op bladzijde 5, tweede alinea, eerste regel, van het arrest wordt "zijn horloge" verbeterd in "de klok";
- op bladzijde 11, laatste alinea, eerste twee regels, zijn de tijdstippen 23:22:10 en 23:22:11 aangehaald. Die tijdstippen worden verbeterd in respectievelijk 23:23:10 en 23:23:11.’
6 Met betrekking tot de bewezenverklaring heeft het hof het volgende overwogen.
‘Bewijsoverweging ter zake van feit 2
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte en met voorbedachte raad, [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, zoals onder 2 is tenlastegelegd. Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt het hof de volgende daartoe relevante feiten en omstandigheden vast.
De zware mishandeling van [slachtoffer 1] in de garage aan de [a-straat]
In de avonduren van 23 april 2019 stonden [betrokkene 4] , [betrokkene 11] , [betrokkene 5] en [betrokkene 12] bij het garagebedrijf " [B] " aan de [a-straat 1] te Zoetermeer, welk garagebedrijf werd gedreven door [slachtoffer 1] en zijn zakenpartner [betrokkene 8] .
Omstreeks 20:45 uur zagen zij een zwarte Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken] langs het bedrijf rijden. In de auto zaten twee jongens. De bijrijder was licht getint en de bestuurder was donker getint. Bij het voorbijrijden keken de jongens de garage in. Kort daarna reed de Volkswagen opnieuw voorbij. De Volkswagen stopte aan de rechterkant van een bij de ingang van het bedrijf geparkeerd staande witte Mercedes.
De bijrijder in de Volkswagen vroeg of " [slachtoffer 1] " er was. " [slachtoffer 1] ", te weten aangever [slachtoffer 1] , was op dat moment boven in de garage. De bestuurder van de Volkswagen begon na die vraag weer te rijden.
[slachtoffer 1] was naar hij op zijn horloge zag om 20:40 uur naar boven gelopen om zijn spullen te pakken omdat hij naar huis wilde gaan. Terwijl hij weer naar beneden liep, hoorde [slachtoffer 1] dat hij door iemand werd geroepen. [slachtoffer 1] dacht dat het er een klant voor hem was en liep naar de voorkant van de garage. Hij zag dat een zwartkleurige auto (het hof begrijpt: de eerder genoemde Volkswagen) naar voren reed. Het raam van de bijrijdersportier stond open. Op de bijrijdersstoel zat een jongen. De jongen vroeg hem: "Ben jij [slachtoffer 1] ?" Daarop antwoordde [slachtoffer 1] bevestigend. De jongen stapte uit en kwam meteen met een honkbalknuppel in zijn hand op [slachtoffer 1] af. Terwijl [slachtoffer 1] naar achteren liep, vroeg hij de jongen wat die aan het doen was en of hij gek was of zo. [slachtoffer 1] zag dat de jongen de honkbalknuppel met twee handen vasthad. De jongen haalde uit in de richting van het hoofd van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] kon de uithaal met de honkbalknuppel met zijn linker onderarm afweren. De jongen sloeg hem twee keer met kracht tegen zijn linker onderarm. [slachtoffer 1] viel al achteruit lopende in de openstaande kofferbak van de Mercedes die met zijn achterkant bij de ingang van de garage stond. De jongen bleef uithalen met de honkbalknuppel.
Vanuit de kofferbak zag [slachtoffer 1] nog een tweede jongen. Die stond achter de Mercedes op een afstand van ongeveer drie meter. Hij zag dat de arm van de tweede jongen in zijn richting wees. [slachtoffer 1] zag iets zwarts waar rook uitkwam en hij hoorde knallen. Hij zag dat de arm van de tweede man naar links wees, in de richting van de garage. [slachtoffer 1] hoorde nog meer knallen.
Ook (een aantal van) de andere bij de garage aanwezige al genoemde personen hebben de bijrijder meermalen met knuppel in de richting van [slachtoffer 1] zien slaan en gezien dat [slachtoffer 1] daarmee geraakt werd en hebben de tweede jongen die als bestuurder uitstapte uit de Volkswagen meermalen zien schieten in de richting van [slachtoffer 1] . Het hele gebeuren vond plaats binnen zeer korte tijd. Daarna stapten bedoelde jongens weer in de Volkswagen en reed de bestuurder weg.
Wie zijn de daders?
De verdachte heeft van meet af aan ontkend dat hij bij het incident betrokken is geweest; hij zou die avond ook niet op de plaats delict zijn geweest.
Op 24 april 2019, de dag na het incident, heeft [slachtoffer 1] tegenover de politie verklaard dat de politie de daders moest zoeken in de richting van de [familie van betrokkene 3] . De [familie van betrokkene 3] zou de [familie van slachtoffer 1] al jaren treiteren. De oudste zoon van [slachtoffer 1] had een relatie met de dochter van [betrokkene 3] . [slachtoffer 1] had tegen zijn zoon gezegd dat hij die relatie moest beëindigen.
Na onderzoek van de politie is de medeverdachte [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3] ) in beeld gekomen. Na aanvankelijk elke betrokkenheid bij het onderhavige incident te hebben ontkend, heeft [betrokkene 3] op 17 augustus 2021 bij de raadsheer-commissaris als getuige in de zaak van de verdachte een (grotendeels) bekennende verklaring ter zake van zichzelf afgelegd, en hij heeft daarbij gesteld dat zijn mededader niet de verdachte zou zijn geweest. [betrokkene 3] heeft verklaard dat hij op 23 april 2019 in het gezelschap van een niet nader door hem te duiden persoon genaamd "[verdachte]", in een boze toestand naar de garage was gereden. De aanleiding was de omstandigheid dat [slachtoffer 1] eerder die dag het zusje van [betrokkene 3] zou hebben mishandeld en dat [betrokkene 3] daar erg boos over was. [betrokkene 3] had een vuurwapen bij zich. [betrokkene 3] was de schutter en "[verdachte]" had de honkbalknuppel gebruikt, aldus [betrokkene 3] .
De verklaring van [betrokkene 3] dat een persoon genaamd [verdachte], niet zijnde de verdachte, degene met de honkbalknuppel zou zijn geweest, schuift het hof als niet geloofwaardig terzijde. Nog daargelaten dat [betrokkene 3] heeft geweigerd enig aanknopingspunt omtrent de personalia van deze "[verdachte]" te verstrekken, ook nadat hem was voorgehouden dat hij daardoor de verdachte − zijn vriend − zou kunnen vrijpleiten, strookt dit deel van zijn verklaring niet met na te melden, aan het onderzoek ontleende, feiten en omstandigheden. Die feiten en omstandigheden, die de verdachte als mededader in beeld brengen, hebben (onder andere) betrekking op de herkenning door [slachtoffer 1] van de verdachte op een foto, op de historische verkeersgegevens van de aan [betrokkene 3] en de verdachte toebehorende telefoonnummers en op (onder meer) de verklaring van getuige [betrokkene 15] , een en ander in onderling verband en samenhang bezien.
De herkenning van de verdachte door [slachtoffer 1]
Omtrent het signalement van de daders heeft [slachtoffer 1] op 24 april 2019 tegenover de politie verklaard dat de jongen met de honkbalknuppel licht getint was en geen gezichtsbeharing had. De man was in het zwart gekleed. [slachtoffer 1] had de jongen nooit eerder gezien.
Op 29 april 2019 is [slachtoffer 1] opnieuw door de politie gehoord. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hijzelf en zijn familie op zoek waren gegaan naar de (namen van) de daders. Zijn dochter had op de Instagramsite van de vader van de [familie van betrokkene 3] een foto van Ali B. gevonden die daarop samen met twee jongens staat afgebeeld. [slachtoffer 1] herkende een van de jongens die naast Ali B. op de foto stond afgebeeld als degene die hem op 23 april 2019 met een honkbalknuppel had geslagen. Zijn dochter had hem verteld dat die jongen " [verdachte] " wordt genoemd. Naast deze " [verdachte] " stond een zoon van de [familie van betrokkene 3] , zo wist de dochter van [slachtoffer 1] .
Vervolgens is de foto via de e-mail onder de medewerkers van Politie Eenheid Den Haag verspreid. Op 30 april 2019 herkende verbalisant [verbalisant 1] de personen op de bewuste foto direct als [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1998, en [betrokkene 3] , geboren op [geboortedatum] 1994. [verbalisant 1] herkende de verdachte aan de vorm van zijn gezicht, de vorm en stand van zijn ogen, de vorm en positie van zijn neus, zijn haarlijn en huidskleur. Volgens [verbalisant 1] betrof het een wat oudere foto. Over de identiteit van de personen op de foto was hem geen informatie verstrekt.
Op 29 april 2019 kreeg verbalisant [verbalisant 2] de bewuste foto te zien. Daarop herkende hij direct de verdachte en [betrokkene 3] . Hij herkende de verdachte aan de vorm van zijn gezicht, de vorm van zijn neus, zijn haarlijn en huidskleur. Over de identiteit van de personen op de foto was hem door anderen geen informatie verstrekt.
Het hof concludeert op grond hiervan dat de foto, die weliswaar gedateerd is, ook voor de aangever kennelijk voldoende aanknopingspunten bood om daarop de verdachte te kunnen herkennen en wel als de jongen die hem met de honkbalknuppel had geslagen.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 12 oktober 2021 erkend dat hij naast Ali B. op de bewuste foto staat; hij is de middelste jongen op de foto.
[betrokkene 3] heeft als getuige bij de raadsheer-commissaris verklaard dat hij op de bewuste foto staat en dat hij daarop samen met de verdachte staat afgebeeld.
Oordeel van het hof omtrent de betrouwbaarheid van de herkenning
Anders dan de verdediging heeft betoogd, is het hof van oordeel dat de herkenning door [slachtoffer 1] van de verdachte op de foto als degene die hem met de honkbalknuppel heeft geslagen, voldoende betrouwbaar is.
Bij dit oordeel betrekt het hof allereerst de omstandigheid dat [slachtoffer 1] op de bewuste avond, toen hij zich in zijn garage bevond en de verdachte zich aandiende, in eerste instantie in de veronderstelling was dat hij met een klant te maken had. Op dat moment was er dus (nog) geen sprake van een stressvolle situatie die onder omstandigheden aan een betrouwbare waarneming in de weg kan staan. De verdachte had hem door het openstaande raam van het bijrijdersportier gevraagd of hij " [slachtoffer 1] " was en daarbij klaarblijkelijk ook al de aandacht van [betrokkene 3] op zich gevestigd.
Het hof is, anders dan de raadsman, van oordeel dat de hiervoor vermelde wijze waarop [slachtoffer 1] bij de verdachte 'is uitgekomen', die uitkomst van de herkenning op zichzelf niet onbetrouwbaar maakt.
Voorts stelt het hof uit eigen waarneming van de bewuste foto vast dat de verdachte op die foto geen gezichtsbeharing heeft en licht getint is. Dat laatste blijkt ook uit de foto van de verdachte die zich in het dossier bevindt en dateert van 14 mei 2019. In zoverre voldoet de door aangever 'als de jongen met de honkbalknuppel' op de foto aangewezen persoon aan het signalement dat de aangever direct na de gebeurtenis aan de politie opgaf.
Het hof vermeldt in dit verband nog dat geen van de door de andere getuigen opgegeven signalementen van 'de jongen met de honkbalknuppel' nadrukkelijk in een andere richting wijst; de verdachte past bovendien binnen die aan de politie opgegeven signalementen, waaronder het signalement dat bedoelde jongen van Marokkaanse komaf zou zijn, zoals verklaard door [betrokkene 11] en [betrokkene 5] .
Het hof komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat de herkenning van de verdachte op de foto door aangever als de jongen met de honkbalknuppel voldoende betrouwbaar is en voor het bewijs kan worden gebruikt.
Andere feiten en omstandigheden die duiden op betrokkenheid van de verdachte bij het incident
In aanvulling op en ter ondersteuning van de herkenning van de verdachte door [slachtoffer 1] acht het hof de navolgende historische verkeersgegevens van de aan [betrokkene 3] en de verdachte toebehorende telefoonnummers en de verklaring van getuige [betrokkene 15] van belang voor het bewijs van betrokkenheid van de verdachte bij feit 2.
Op 23 april 2019 omstreeks 20:54 uur werd verbalisant [verbalisant 3] door de centrale meldkamer Eenheid Den Haag naar de [a-straat 1] te Zoetermeer gestuurd omdat daar een schietincident zou hebben plaatsgevonden. Om 20:55:56 uur belde de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] (hierna: het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 2]) met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] (hierna: het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 1]). Het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 2] was in gebruik bij medeverdachte [betrokkene 3] . Het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 1] was in gebruik bij getuige [betrokkene 1] . Op het moment van bellen straalde de mobiele telefoon van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 2], de zendmast gevestigd aan de Lijnbaan 311 te Zoetermeer aan. De Lijnbaan 311 is in de directe omgeving van de Da Sangalloruimte/Ruimtebaan.
Omstreeks 21:00 uur zag de getuige [betrokkene 15] (hierna: [betrokkene 15] ) vanaf zijn balkon een zwarte Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken] het parkeerterrein oprijden. Het parkeerterrein ligt aan de straat Da Sangalloruimte te Zoetermeer. Het viel [betrokkene 15] op dat de auto aardig hard reed. [betrokkene 15] keek over de rand van zijn balkon en zag meteen twee jongens uit de auto stappen. Ze keken schichtig om zich heen. Omdat [betrokkene 15] het gedrag van de jongens vreemd vond, keek hij ze na. De jongens renden vanaf het parkeerterrein in de richting van het schooltje. De jongens liepen redelijk dicht langs het balkon van [betrokkene 15] . Hij zag dat een van de jongens een honkbalknuppel onder zijn arm droeg. De jongen droeg hem zo, dat het leek alsof hij die honkbalknuppel wilde verstoppen. Een van de jongens bukte bij het rechter hekje bij de schooltuin. Er zijn daar bosjes. Vervolgens liepen de jongens richting de Albert Heijn. Daarvoor moesten ze een grasveldje schuin oversteken. Een van de jongens gooide de honkbalknuppel weg. [betrokkene 15] zag dat de honkbalknuppel door de lucht vloog en op de bosjes bij dat grasveldje terechtkwam. Dit waren de bosjes links van de schooltuintjes. Omdat het [betrokkene 15] allemaal nogal verdacht voorkwam, belde hij nummer 112.
Het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 2] bij [betrokkene 3] in gebruik straalde achtereenvolgens tussen 21:07:06 uur en 21:21:56 uur de zendmasten op/bij de Kalverweide 87-117 te Zoetermeer, de Lijnbaan 311 te Zoetermeer en de Papeweg 2-4 te Zoeterwoude aan. De mobiele telefoon met het telefoonnummer van [betrokkene 3] had zich dus tussen de tijdstippen 21:07:06 uur en 21:21:56 uur van de directe omgeving van Da Sangalloruimte in de richting van Zoeterwoude verplaatst. Om 21:09:49 uur belde de gebruiker van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 2] opnieuw met de gebruiker van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 1] in gebruik bij eerdergenoemde [betrokkene 1] .
Naar aanleiding van de 112-melding van [betrokkene 15] werden verbalisant [verbalisant 4] en zijn collega's omstreeks 21:15 uur gestuurd naar de Da Sangalloruimte te Zoetermeer, een zijstraat van de Ruimtebaan. De politie trof in een heg een honkbalknuppel aan, waarna die door de technische recherche in beslag werd genomen. Met behulp van een speurhond vond de politie in de bosschage ook nog een vuurwapen dat in een werkhandschoen was gestopt. Ook dat wapen werd in beslag genomen, evenals de Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken] , die eveneens daar in de buurt werd aangetroffen.
Om 21:15:34 uur ontving de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] (hierna: het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 3]) een sms-bericht van de gebruiker van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 1]. Het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 3] was in gebruik van de verdachte. Op dat moment straalde deze mobiele telefoon een zendmast aan het Strand 1 te Zoetermeer aan. Die zendmast ligt in de omgeving tussen de zendmasten Kalverwijde en Lijnbaan te Zoetermeer enerzijds en de zendmast Papeweg te Zoeterwoude anderzijds, en dus in de omgeving van de route die de gebruiker van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 2] in gebruik bij [betrokkene 3] heeft afgelegd tussen 21:07:06 uur en 21:21:56 uur. De gebruiker van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 1], in gebruik bij [betrokkene 1] , bevond zich op dat moment binnen het zendmastbereik van de zendmast aan de Europaweg te Zoetermeer.
Uit een analyse van de historische verkeersgegevens van het aan de verdachte toebehorende telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 3] bleek dat er op 23 april 2019 tussen 19:57:59 uur en 21:15:34 uur geen telefonische contacten hadden plaatsgevonden. Het om 21:15:34 uur binnengekomen sms-bericht was volgens de extra gegevens uit de mobiele telefoon eerder al verzonden, om 20:03 uur. Het betrof een sms-bericht van de provider over een gemiste oproep.
Met betrekking tot de gemiste oproep van 23 april 2019 te 20:03 uur en het binnenkomende sms-bericht op 21:15:34 uur is nader onderzoek ingesteld. Gezien de bevindingen van bovengenoemd onderzoek bestond sterk het vermoeden dat de gebruiker van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 3], in gebruik bij verdachte, na 19:58 uur de Simkaart uit zijn telefoon had gehaald.
Uit de getapte telefoongesprekken volgde dat [betrokkene 3] door vrienden en kennissen ook wel " [betrokkene 3] " wordt genoemd. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 12 december 2019 bevestigd dat [betrokkene 3] ook wel " [betrokkene 3] " wordt genoemd. In de telefoon van de verdachte stonden voorts het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 1] toebehorende aan [betrokkene 1] en het telefoonnummer [telefoonnummer 6] (hierna: het telefoonnummer eindigend op 9667) opgeslagen. Laatstgenoemd telefoonnummer was in gebruik bij [betrokkene 2] , die door zijn vrienden ook wel " [betrokkene 2] " of " [betrokkene 2] " wordt genoemd. In de telefoon van [betrokkene 3] staat het nummer van [betrokkene 1] niet opgeslagen. [betrokkene 1] is geen bekende van [betrokkene 3] .
[betrokkene 3] heeft bij de raadsheer-commissaris verklaard dat hij na het incident door de hem geduide "[verdachte]" in Den Haag was afgezet. Dat [betrokkene 3] diezelfde avond op enig moment in Den Haag was, vindt steun in de omstandigheid dat zijn mobiele telefoon omstreeks 22:11 uur de zendmast aan de Ripperdastraat te Den Haag aanstraalde. Die zendmast ligt hemelsbreed op een afstand van 300 meter van de [b-straat] te Den Haag, waar de gebruiker van de mobiele telefoon van de verdachte zich omstreeks 22:10 uur bevond.
Op 23 april 2019 om 22:05:03 uur stuurde [betrokkene 2] een WhatsApp bericht naar de verdachte met de tekst: "Die gepanserde politie busje plakt hem door de wijk". De verdachte antwoordde: "Sehh sehh we waren al weg". Vervolgens vraagt de verdachte in de WhatsApp groep: "Kan iemand ons ophalen [A] ".
Tussen 23:22:10 uur en 23.25:05 uur vond tussen de verdachte en [betrokkene 2] het volgende WhatsAppgesprek plaats:
Outgoing; 23:22:10; from: [telefoonnummer 3] : Zijn ze dr nog
Outgoing; 23:22:11; from: [telefoonnummer 3] : of al weg
Incoming; 23:23:16; from: [betrokkene 2] : al weg
Incoming; 23:23:19; from: [betrokkene 2] : waar ben je
Outgoing; 23:23:24; from: [telefoonnummer 3] : Ben den haag
Outgoing; 23:23:25; from: [telefoonnummer 3] : [A]
Outgoing; 23:23:29; from: [telefoonnummer 3] : Die theehuis
Incoming; 23:23:42; from: [betrokkene 2] : sehh met wie ben je
Outgoing; 23:24:06; from: [telefoonnummer 3] : Met [betrokkene 3]
Incoming; 23:24:06; from: [betrokkene 2] : kom je halen met ma pangma
Outgoing; 23:25:05; from: [telefoonnummer 3] : deelt locatie
Tot zover de relevante historische gegevens van het telefoonverkeer.
Voorts volgt uit het dossier dat [betrokkene 2] , de verdachte en [betrokkene 3] later op de avond ophaalde bij theehuis " [A] " in een rode Honda. Hij zette hen af in de wijk Noordhove in Zoetermeer. De getuige [betrokkene 15] heeft nog verklaard dat hij van 23 op 24 april 2019 omstreeks middernacht op de Sullivanlijn te Zoetermeer een rode auto zag stoppen tussen de gymzaal en de school. Er stapten twee jongens uit de auto. De jongens waren in het zwart gekleed. [betrokkene 15] zag dat ze via het basketbalveldje achter de bosschages richting de school liepen. Ze konden vanaf daar het fietspad inkijken. Dat fietspad leidt naar het parkeerterrein waar de Volkswagen Golf geparkeerd stond. De Volkswagen stond daar niet meer, omdat de politie die in beslag had genomen. Zodra de jongens de nog aanwezige politieagenten zagen, renden zij weg in de richting van de Lijnbaan voor het gymzaaltje langs. De rode auto was niet blijven wachten.
Oordeel van het hof
Uit de hiervoor weergegeven historische verkeersgegevens van de genoemde telefoonnummers in samenhang met de waarnemingen van getuige [betrokkene 15] leidt het hof achtereenvolgens het navolgende af.
Op 23 april 2019 omstreeks 20:54 uur komt de melding binnen dat er, naar het hof begrijpt, zeer kort daarvoor een schietincident heeft plaatsgevonden bij de garage van [slachtoffer 1] aan de [a-straat 1] te Zoetermeer. Zeer kort na het incident omstreeks 20:55 uur belt de gebruiker van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 2], in gebruik bij [betrokkene 3] , met het telefoonnummer van [betrokkene 1] . Verdachtes sim-kaart is dan al uit de telefoon gehaald die bij de verdachte in gebruik is. Op dat moment wordt de zendmast aan de Lijnbaan 311 te Zoetermeer aangestraald, in de buurt van getuige [betrokkene 15] , die omstreeks 21:00 uur ziet dat de Volkswagen Golf in gebruik bij de medeverdachte [betrokkene 3] door laatstgenoemde wordt geparkeerd op het parkeerterrein aan de Da Sangalloruimte te Zoetermeer, in de buurt waar later door de politie de honkbalknuppel en het vuurwapen worden aangetroffen. Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 2] dat in gebruik is bij [betrokkene 3] volgt dat zijn mobiele telefoon zich omstreeks diezelfde tijd tussen 21:07:06 uur en 21:21:26 uur verplaatst van de Da Sangalloruimte naar Zoeterwoude.
Omstreeks 21:09 uur belt de gebruiker van het telefoonnummer toebehorende aan [betrokkene 3] opnieuw met de telefoon in gebruik bij [betrokkene 1] . Omstreeks 21:15 uur ontvangt de gebruiker van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 3], dat aan de verdachte toebehoort, een eerder op 20:03 uur verzonden sms-bericht van [betrokkene 1] , waarbij een zendmast wordt aangestraald die tussen Da Sangalloruimte te Zoetermeer en de Papeweg te Zoeterwoude ligt. De verdachte en [betrokkene 3] bevinden zich rond 22:00 uur ook volgens de verdachte in Den Haag. De verdachte ontvangt iets later, om 22:05 uur, een bericht van [betrokkene 2] dat de politie nog in de buurt is, waarop de verdachte antwoordt: "we waren al weg". Om 23:22 uur stuurt de verdachte een WhatsApp bericht aan [betrokkene 2] met de vraag of "ze dr nog zijn". Nadat [betrokkene 2] heeft geantwoord dat ze al weg zijn, vraagt de verdachte of hij hem en [betrokkene 3] kan komen halen. Ze zijn in theehuis " [A] " in Den Haag. [betrokkene 2] haalt hen vervolgens op en zet hen af in Zoetermeer, aldus ook de verdachte. Het hof stelt vast dat dit in de buurt moet zijn geweest van het parkeerterrein aan de Da Sangalloruimte, waar [betrokkene 3] eerder die avond de Volkswagen Golf en zij de bij het incident gebruikte wapens heeft achtergelaten.
Het hof komt tot een conclusie. Bij die conclusie betrekt het hof in het bijzonder en meer omstandig verwoord mede het feit dat omstreeks 20:55 uur en 21:09 uur het telefoonnummer in gebruik bij [betrokkene 3] contact heeft gelegd met het telefoonnummer van [betrokkene 1] . Dit acht het hof mede doorslaggevend nu [betrokkene 3] bij de raadsheer-commissaris heeft verklaard [betrokkene 1] niet te kennen terwijl de verdachte ook naar eigen zeggen juist wel bevriend is met [betrokkene 1] en uit het politieonderzoek het sterke vermoeden was gerezen dat de verdachte ook in die tijdseenheid de Simkaart uit zijn telefoon had gehaald. Dit brengt het hof tot de slotsom dat de verdachte degene is geweest die vanuit de auto van [betrokkene 3] die de Volkswagen Golf bestuurde, met de telefoon van [betrokkene 3] naar zíjn vriend [betrokkene 1] heeft gebeld, waarmee vast staat dat de verdachte zich toen dus bij [betrokkene 3] heeft bevonden, en wel als bijrijder.
Op grond van hetgeen hierboven is vastgesteld, komt het hof tot de slotsom dat het in dat geval ook de verdachte moet zijn geweest die aanwezig was bij het incident aan de [a-straat] te Zoetermeer, die daar de honkbalknuppel heeft gebruikt in het gezelschap van [betrokkene 3] , dat zij daarna samen de wapens hebben gedumpt, de Volkswagen hebben achtergelaten, naar Den Haag zijn gekomen, daar later die avond door [betrokkene 2] weer zijn opgehaald en uiteindelijk zijn teruggebracht naar Zoetermeer.
Alibi van de verdachte
De verdachte heeft een alibi opgegeven. Hij heeft de avond van 23 april 2019 naar eigen zeggen tot 20:00 uur in een callcenter gewerkt, is vervolgens naar huis gegaan om te eten, waarna hij om 21:00 uur is gaan sporten met [betrokkene 1] bij Noord Aa, waar zij tot 22:00 uur samen hebben gesport. [betrokkene 1] heeft de verdachte vervolgens afgezet in Den Haag waar de verdachte iets is gaan eten en naar theehuis [A] is gegaan, waar hij [betrokkene 3] is tegengekomen, aldus de verdachte. [betrokkene 1] heeft in eerste instantie een hiermee sporende, de verdachte ontlastende, verklaring tegenover de politie afgelegd.
Het hof stelt vast dat uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer van [betrokkene 1] is gebleken dat diens mobiele telefoon tussen 19:00 uur en 23:59 uur geen enkele zendmast in de gemeente Den Haag heeft aangestraald, maar uitsluitend zendmasten in Zoetermeer. Het hof stelt voorts vast dat nadat [betrokkene 1] hiermee tijdens zijn politieverhoor op 6 augustus 2019 was geconfronteerd, hij op die eerdere verklaring is teruggekomen en heeft verklaard op de bewuste avond niet met de verdachte te hebben gesport en de hele avond thuis in Zoetermeer te zijn geweest.
De verklaring rond het alibi van de verdachte vindt derhalve geen steun (meer) in de verklaring van [betrokkene 1] . Ook overigens biedt het strafdossier noch het verhandelde ter terechtzitting enig aanknopingspunt voor de juistheid van de verklaring van de verdachte ter zake hiervan. Het hof schuift de verklaring van verdachte rond het "alibi" dan ook als niet aannemelijk terzijde bij gebreke aan voldoende onderbouwing.
Samenvattend oordeel van het hof over het daderschap
Het hof acht op grond van de herkenning door [slachtoffer 1] , in onderlinge samenhang bezien met de overige vastgestelde feiten en omstandigheden zoals die hiervoor zijn uiteengezet, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 23 april 2019 met [betrokkene 3] betrokken is geweest bij het incident aan de [a-straat] te Zoetermeer.
Medeplegen en met voorbedachte raad
Ten laste is gelegd dat de verdachte en medeverdachte [betrokkene 3] , aangever [slachtoffer 1] tezamen en in vereniging en met voorbedachte raad zwaar hebben mishandeld. Ten aanzien hiervan overweegt het hof als volgt.
Om tot een bewezenverklaring van medeplegen te kunnen komen, dient bewezen te kunnen worden dat er tussen de verdachte en zijn medeverdachte sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking gericht op het plegen van het tenlastegelegde delict.
Om te kunnen komen tot een bewezenverklaring van het bestanddeel "voorbedachten rade" moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het reeds genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich hiervan rekenschap te geven.
In dit verband gaat het hof uit van de volgende feiten en omstandigheden, zoals die uit het verhandelde ter terechtzitting volgen.
Uit de verklaringen van [slachtoffer 1] en [betrokkene 3] volgt dat er tussen de [familie van slachtoffer 1] en de [familie van betrokkene 3] sprake is van een lang lopend conflict. Het dossier biedt aanwijzingen dat op 23 april 2019 omstreeks 16:50 uur onder anderen [slachtoffer 2] , de zus van [betrokkene 3] , in Zoetermeer was mishandeld door (de) familie (leden) (van) [slachtoffer 1] . Een broer van [slachtoffer 2] zou tegen haar hebben gezegd dat zij geen aangifte moest doen omdat zij het zelf wel zouden oplossen.
Uit de zich in het dossier bevindende getuigenverklaringen, waaronder die van [betrokkene 3] en de op 23 april 2019 in de garage van [slachtoffer 1] aanwezigen derden, en uit eerdergenoemde historische verkeersgegevens van de telefoons van de verdachte en [betrokkene 3] , leidt het hof de volgende feiten en omstandigheden af.
Op 23 april 2019 reed [betrokkene 3] in de avonduren samen met de verdachte naar de garage van [slachtoffer 1] , waar zij rond 20:45 uur arriveerden. [betrokkene 3] was op dat moment, en al langer die dag, erg boos over de mishandeling van zijn zus. Zij reden eerst langs de garage, waarbij zij tijdens het voorbijrijden naar de garage keken. In tweede instantie vroeg de verdachte vanuit zijn positie als bijrijder of " [slachtoffer 1] " aanwezig was. Toen iemand zei dat hij boven was, reden ze door, totdat iemand riep: "Ja, die is hier". [betrokkene 3] reed vervolgens weer richting de garage. [slachtoffer 1] was ondertussen richting de auto gelopen. Het raam van de bijrijdersportier was geopend. De verdachte vroeg daarop aan [slachtoffer 1] of hij [slachtoffer 1] was. De verdachte was gefocust op [slachtoffer 1] . Nadat [slachtoffer 1] die vraag bevestigend had beantwoord, sprong de verdachte uit de auto, pakte hij een knuppel bij zijn stoel vandaan en begon hij direct met die knuppel op [slachtoffer 1] in te slaan. Toen de verdachte uit de auto stapte met de honkbalknuppel, is ook [betrokkene 3] (vrijwel) direct uit de auto gestapt. Tussen [betrokkene 3] en de verdachte is toen geen overleg gevoerd, zij hebben niet met elkaar gesproken, ook niet gedurende het incident. [betrokkene 3] heeft zijn vuurwapen op [slachtoffer 1] gericht en meermalen in zijn richting geschoten. Uit de verklaringen van de getuigen volgt dat hij het wapen ook op hén had gericht, met de bedoeling, zo hebben getuigen verklaard, om de verdachte, die [slachtoffer 1] sloeg, zijn gang te kunnen laten gaan. Vervolgens zijn de verdachte en [betrokkene 3] terug naar de auto gerend en weggereden naar een wijk in Zoetermeer. De auto hebben zij op een parkeerterrein achtergelaten en de bij de mishandeling gebruikte honkbalknuppel en het vuurwapen hebben zij in/onder de bosjes gegooid. Omstreeks 22:00 uur waren zij samen in een theehuis in Den Haag waar zij omstreeks middernacht door een bekende zijn opgehaald en afgezet in de buurt van de plek waar zij eerder die avond de auto hadden geparkeerd.
In de door [betrokkene 3] bestuurde auto, die nog diezelfde dag door de politie in beslag was genomen, trof de politie op de achterbank een lege verpakking van een honkbalknuppel aan, met daarin, nog in het plastic een honkbal.
Voorgaande feiten en omstandigheden, ook naar hun uiterlijke verschijningsvorm, brengen het hof tot het oordeel dat de verdachte en [betrokkene 3] zich gedurende enige tijd hebben kunnen beraden op het te nemen of het reeds genomen besluit en niet hebben gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, maar dat zij uitvoering hebben gegeven aan het kennelijk tevoren onderling afgesproken plan om [slachtoffer 1] met een honkbal knuppel zwaar te mishandelen. Met name het feit dat de verdachte en [betrokkene 3] , nadat [betrokkene 3] had vernomen dat zijn zus was mishandeld door leden van de [familie van slachtoffer 1] , langs de garage zijn gereden om die plaats aldus 'af te leggen' en vervolgens uitdrukkelijk te vragen naar [slachtoffer 1] , dat de honkbalknuppel niet nog op de achterbank lag maar zich binnen handbereik van de verdachte bevond toen deze uitstapte, en het feit dat de verdachte direct en zonder enige vorm van overleg met [betrokkene 3] , doelbewust op de hem onbekende [slachtoffer 1] insloeg, op de wijze zoals die uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen kan worden opgemaakt, acht het hof van voldoende gewicht om de voorbedachte raad bewezen te verklaren. Gelet op het hiervoor aangeduide verloop, waaronder het 'afleggen' van de [a-straat 1] te Zoetermeer leidt het hof af dat de verdachte en Ahsraf aldus de gelegenheid hebben gehad over de betekenis en de gevolgen van hun voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven. Contra-indicaties zijn het hof niet gebleken. De handelwijze van de verdachte en [betrokkene 3] voorafgaand, tijdens, en na het delict, wijzen er eveneens op dat de verdachte en zijn medeverdachte zodanig nauw en bewust hebben samengewerkt dat zij dit feit "in vereniging" hebben begaan.
Het hof is dan ook van oordeel dat het onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard op de wijze als hieronder is vermeld.’
7 Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 12 oktober 2021 houdt onder meer het volgende in:
‘De voorzitter deelt mondeling mede de korte inhoud van:
- (…)
- de stukken van het voorbereidend onderzoek en alle overige stukken van onderzoek, voor zover van belang met het oog op enige door het hof te nemen beslissing.
De verdachte legt op vragen van de voorzitter een verklaring af, inhoudende:
U vraagt mij of ik op 23 april 2019 in de middag of het begin van de avond ben gebeld door [betrokkene 3] . Ik was die dag aan het werk in een callcenter. Het zou best kunnen dat ik heb opgehangen, omdat ik met een klant aan het bellen was. U zegt mij dat ik alleen moet zeggen wat ik weet, en niet wat ik denk dat ik weet, of dat het zou kunnen, of niet. U vraagt mij nogmaals of [betrokkene 3] mij heeft gebeld. Het is lang geleden. Het zou best kunnen dat hij mij heeft gebeld. Dat doet hij wel vaker. Eerlijk gezegd weet ik het niet meer.
[betrokkene 1] is een vriend van mij. Hij heeft mij die dag geprobeerd te bellen. [betrokkene 1] en ik zouden die avond gaan sporten. We waren niet van plan om te gaan sporten bij Basic Fit, maar bij Noord Aa aan de rand van Zoetermeer. Volgens mij heb ik, terwijl ik aan het werk was, een WhatsApp-bericht gestuurd of iemand naar Basic Fit zou gaan. Ik ben die avond in ieder geval gaan sporten. Ik weet niet meer van hoe laat tot hoe laat. Soms trainen we een uur intensief, soms zijn we een beetje aan het kloten.
U houdt mij voor dat ik op 11 juli 2019 tegenover de politie heb verklaard dat ik op 23 april 2019 tot een uur of acht in de avond heb gewerkt, daarna naar mijn moeder in [plaats] ben gegaan om te eten en vervolgens van 21.00 uur tot 22.00 uur met [betrokkene 1] ben gaan sporten. U houdt mij voor dat ik ter terechtzitting in eerste aanleg heb verklaard dat [betrokkene 1] en ik na het sporten naar Den Haag zijn gereden om ergens te gaan eten. U zegt mij dat ik heb verklaard dat het ook zo kan zijn geweest dat hij mij alleen in Den Haag heeft afgezet of dat hij mij heeft afgezet bij Noord Aa. U vraagt mij om een reactie. Het kan best zijn dat ik dat heb verklaard. Dat is wat ik mij op dat moment herinnerde. Het kan ook best anders zijn gegaan.
U zegt mij dat de politie [betrokkene 1] op 6 augustus 2019 heeft gehoord. U houdt mij voor dat hij in eerste instantie mijn lezing heeft bevestigd. Nadat hij echter was geconfronteerd met telefoongegevens, heeft hij verklaard dat hij die avond niet met mij was gaan sporten en ook niet met mij naar Den Haag was gegaan. Volgens zijn verklaring zou hij die avond thuis in Zoetermeer zijn geweest. U vraagt mij om een reactie. Dat zijn telefoon alleen een zendmast in Zoetermeer heeft aangestraald, betekent niet dat hij niet in Den Haag is geweest. Hij kan overal zijn geweest. Een zendmast wordt immers alleen aangestraald als je iemand belt of wanneer je gebeld wordt. U benadrukt dat [betrokkene 1] heeft ontkend die avond in mijn gezelschap te zijn geweest. Mogelijk heeft hij eieren voor zijn geld gekozen, omdat hij bang was te worden gepakt. Aan het eind van zijn verklaring zegt hij dat hij het niet meer weet en dat het was wat wij altijd deden. Je kunt die verklaring opvatten zoals je wilt.
U zegt mij dat de dochter van aangever [slachtoffer 1] op Instagram van de vader van de medeverdachte [betrokkene 3] een foto heeft gevonden. Op die foto staat Ali B in het gezelschap van twee jongens. U houdt mij voor dat [slachtoffer 1] mij op die foto heeft herkend als degene die hem op 23 april 2019 met een honkbalknuppel heeft geslagen. Hij zou mij hebben herkend aan mijn gezicht. U vraagt mij om een reactie. Ik sta inderdaad op de foto met Ali B. Ik ben de middelste jongen op de foto. Ik sta naast Ali B. U houdt mij voor dat de dochter van [slachtoffer 1] hem had verteld dat zij de jongen naast Ali B kent onder de haam ' [verdachte] '. Volgens haar stond naast die jongen een zoon van de [familie van betrokkene 3] .
U zegt mij dat u een aantal dingen opvalt. Zo kun je denken dat vanwege de verklaring die [betrokkene 1] bij de politie heeft afgelegd, mijn verklaring over wat ik die dag heb gedaan op losse schroeven is komen te staan. Bovendien zijn er nog telefoongegevens die voor mij mogelijk belastend zijn. In dit verband wijst u op hetgeen op bladzijde 328 van het dossier is gerelateerd. Daar staat dat de politie het sterke vermoeden heeft dat ik op 23 april 2019 na 19.58 uur de Simkaart uit mijn telefoon heb gehaald. Dit vermoeden wordt volgens de politie versterkt doordat om 21.15 uur een sms-bericht binnenkomt over een gemiste oproep van 20.03 uur. U vraagt mij om een reactie. Ik heb nooit de Simkaart uit mijn telefoon gehaald.
U houdt mij voor dat ik heb verklaard dat ik na het sporten in Den Haag iets ben gaan eten. U merkt op dat uit het dossier volgt dat ik al eerder die avond had gegeten, namelijk bij mijn moeder thuis. Ik sport heel intensief. Om die reden eet ik de hele dag door.
Ik ben die avond met [betrokkene 1] in Den Haag geweest. Omdat [betrokkene 1] mij in Den Haag had afgezet, had ik geen vervoer terug. Om die reden ben ik met [betrokkene 2] teruggegaan. De bijnamen van [betrokkene 11] zijn ' [betrokkene 2] ' en ’ [betrokkene 2] '.
U houdt mij voor dat [betrokkene 11] aan mij op 23 april 2019 te 22.05.03 uur een WhatsApp bericht heeft verzonden, inhoudende: "Die gepanserde politie busje plakt hem door de wijk". Daarop heb ik op 23.22.25 uur geantwoord: "Sehh sehh we waren al weg". U vraagt mij waarom ik zeg 'we' waren al weg. Ik was op dat tijdstip samen met [betrokkene 1] . Daarom heb ik waarschijnlijk 'we' gezegd. Het enige wat hij zegt is: de politie rijdt door de wijk. Ik heb daarop gezegd dat wij al weg waren en dat hij zich geen zorgen hoefde te maken. Wij waarschuwen elkaar altijd voor de politie. U houdt mij voor dat ik om 23.23.10 uur vraag of 'ze er nog zijn'. Vervolgens of 'ze al weg zijn'. U vraagt mij om een reactie. Ik wilde inderdaad weten of de politie nog in de wijk was. Ik zat samen met [betrokkene 3] in theehuis [A] in Den Haag. [betrokkene 3] was in paniek over iets wat er was gebeurd. Ik heb [betrokkene 11] toen gevraagd of de politie nog in de wijk was. Ik deed dat omdat [betrokkene 3] mij dat vroeg te doen. [betrokkene 11] heeft [betrokkene 3] en mij opgehaald in Den Haag en naar Zoetermeer gebracht.
U houdt mij de verklaringen van de getuige [betrokkene 15] voor. U zegt mij dat hij de politie heeft geïnformeerd over de plek waar het vuurwapen en de honkbalknuppel waren gedropt. Later die avond, omstreeks 23.45 of 24.00 uur, heeft [betrokkene 15] opnieuw contact opgenomen met de politie. Hij had namelijk het vermoeden dezelfde mensen te zien die hij eerder die avond had gezien. Hij heeft verklaard dat hij twee mannen uit een auto heeft zien stappen. Die auto zou volgens [betrokkene 2] de auto van een van zijn ouders kunnen zijn. U vraagt mij om een reactie. Het kan best de auto van een van de ouders van [betrokkene 11] zijn. Ik ben samen met [betrokkene 3] uit de auto gestapt. [betrokkene 3] heeft mij alleen verteld dat er in Zoetermeer iets was voorgevallen. Hij heeft mij niet verteld wat dat was. Ik heb hem wel gevraagd mij te vertellen wat er precies was gebeurd. Hij heeft er echter niets over gezegd op dat moment. Ik heb de link met de politie gelegd, omdat ik zag dat [betrokkene 3] in paniek was.
Ik ben in ieder geval niet bij het gebeuren aanwezig geweest. Ik was namelijk aan het sporten in de omgeving van Noord Aa. Mijn raadsman zal het hof uitleggen hoe het zit met de zendmastgegevens.
De verdachte legt op vragen van de jongste raadsheer een verklaring af als volgt:
U vraagt mij of ik [verdachte] ken. [betrokkene 3] heeft die naam wel eens genoemd. Ik ken hem persoonlijk niet. Ik weet niet waar hij woont of wat zijn achternaam is. Het is niet mijn werk om de dader op te sporen. Als [betrokkene 3] niet tegen het hof wil zeggen wie [verdachte] is, waarom zou hij dat dan wel tegen mij zeggen? Ik ben een vriend van [betrokkene 3] .
De raadsman krijgt de gelegenheid een aantal opmerkingen te maken. In dit verband brengt de raadsman het volgende naar voren:
De verdediging wenst stukken uit een cursus van het NFI met de titel: "Hoe wordt de locatie bepaald?" aan het gerechtshof over te leggen. Tijdens die cursus is aan de orde gesteld dat het aanstralen van een enkele zendmast niet betekent dat iemand daarbij in de buurt is geweest. In de praktijk wordt nogal makkelijk aangenomen dat dat wel het geval is. Ik meen tijdens die cursus te hebben begrepen dat de rechterlijke macht daarover zou worden geïnformeerd.
Tijdens de ondervraging van de medeverdachte [betrokkene 3] merkte de oudste raadsheer op dat zij hem had horen zeggen dat hij op 23 april 2019 samen met [verdachte] was. Ik vraag me af of de oudste raadsheer dat echt heeft gehoord of dat zij zich heeft vergist. Indien zij met enige zekerheid durft te zeggen dat zij [betrokkene 3] heeft horen zeggen dat hij met [verdachte] was, kijkt het hof mogelijk toch anders naar de zaak.
Naar aanleiding van de opmerking van de raadsman deelt de oudste raadsheer mede dat zij heeft herhaald wat zij [betrokkene 3] had horen zeggen, omdat zij zeker wilde weten of zij het goed had gehoord. De oudste raadsheer deelt voorts mee dat zij de overige leden van het hof en de griffier desgevraagd heeft horen zeggen dat zij dit zojuist niet op zitting gehoord hebben.
De raadsman deelt mede dat hij uit de mededeling van de oudste raadsheer afleidt dat zij zich heeft vergist.
De raadsman legt de stukken omtrent historische verkeersgegevens aan het gerechtshof over.
(…)
De raadsman voert het woord tot verdediging overeenkomstig zijn overgelegde en aan dit proces-verbaal gehechte pleitnota.’
8 De ter terechtzitting in hoger beroep overlegde pleitnota houdt onder meer het volgende in:
‘De rechtbank heeft cliënt (…) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar. Daarbij heeft de rechtbank bewezenverklaard dat cliënt zich schuldig zou hebben gemaakt aan een poging doodslag in vereniging en een zware mishandeling in vereniging. Cliënt is van mening dat hij ten onrechte is veroordeeld en dat de rechtbank slechts op basis van aannames tot de bewezenverklaring van beide tenlastegelegde feiten is gekomen. Cliënt ontkent op de plaats delict aanwezig te zijn geweest en ontkent derhalve ook dat hij aldaar met een honkbalknuppel zou hebben geslagen. Ik zal hierna uitvoerig ingaan op de gebreken in de aannames van de rechtbank en zal daarnaast bepleiten om welke redenen de in de tenlastelegging genoemde gedragingen geen poging moord dan wel doodslag kunnen opleveren. Ik zal daarbij gebruik maken van hetgeen reeds in eerste aanleg is bepleit en daar telkens op aanvullen om welke redenen de rechtbank tot een onjuiste conclusie is gekomen.
Aanwezigheid plaats delict?
Herkenning op basis van foto
Uit het procesdossier blijkt dat twee personen op 23 april 2019 rond 20.45 uur de heer [slachtoffer 1] hebben opgezocht bij diens autoschadeherstelbedrijf aan de [a-straat 1] te Zoetermeer. [slachtoffer 1] is daar door één van die personen geslagen met een honkbalknuppel en de andere persoon heeft geschoten met een vuurwapen. [verdachte] zou volgens aangever degene zijn geweest die hem heeft geslagen met de honkbalknuppel. Hij heeft hem achteraf herkend op een foto van Instagram.
Aangever [slachtoffer 1] verklaart in zijn derde verklaring op 29 april 2019 (p. 49 ev) dat hij via zijn dochter een foto te zien heeft gekregen die op het Instagramaccount van de vader van medeverdachte [betrokkene 3] was gepost. Hij herkent de jongen die op die foto (p. 51) naast Ali B. te zien is als degene die hem met de honkbalknuppel geslagen heeft. [verdachte] ontkent niet dat hij degene is die op de foto naast Ali B. te zien is. Daar wil hij echter wel meteen bij opmerken dat die foto op het moment dat hij werd aangehouden al ongeveer vijf jaar oud was. De [verdachte] die op de foto te zien is was destijds nog een puber, was vrij iel en had nog geen gezichtsbeharing. In de daaropvolgende jaren heeft [verdachte] zich ontwikkeld tot een jongeman die wat breder van postuur is geworden en altijd minimaal een stoppelbaardje droeg. Opvallend is dat [slachtoffer 1] [verdachte] kennelijk niet heeft herkend op de foto die te zien is op pagina 52 van het dossier. Op die foto is hij te zien met zijn broertje en enkele andere jongens in dezelfde leeftijdscategorie en van dezelfde afkomst, althans jongens met een soortgelijk voorkomen.
Wat de herkenning betreft kan voorts nog worden opgemerkt dat niet duidelijk is geworden hoeveel foto’s de dochter van [slachtoffer 1] aan haar vader getoond heeft. Zijn dat slechts deze foto’s of zijn dat bijvoorbeeld 100 foto’s geweest? De dochter van aangever kent [verdachte] en weet kennelijk ook dat hij omgaat met medeverdachte [betrokkene 3] . Dat maakt dat er vrij eenvoudig zeer gericht gezocht kan zijn. Bij het aantreffen van een foto van [verdachte] en [betrokkene 3] kan zij daar een screenshot van hebben gemaakt en die vervolgens aan haar vader hebben getoond. We weten niet wat zij daarbij gezegd heeft. Heeft zij bijvoorbeeld gesuggereerd dat [verdachte] heel goed degene kan zijn geweest die haar vader met de knuppel zou hebben geslagen? Het blijft maar zeer de vraag of [slachtoffer 1] [verdachte] ook zou hebben aangewezen wanneer een foto van [verdachte] en bijvoorbeeld negen andere personen van dezelfde leeftijd en afkomst zouden worden getoond door de politie. Op die manier zou een herkenning veel betrouwbaarder zijn. Dat is echter niet gebeurd en een dergelijk aanvullend onderzoek zou later ook geen enkele waarde meer hebben doordat [slachtoffer 1] al door de handelwijze van zijn dochter is beïnvloed.
Er zijn nog meer redenen om te twijfelen aan de vermeende herkenning door [slachtoffer 1] . In zijn tweede verklaring geeft hij (op pagina 42) aan dat naar zijn inschatting tussen het moment van uitstappen van de daders en het moment van wegrennen slechts een halve minuut zat. In die verklaring geeft hij op verschillende momenten aan dat hij het zich niet goed kan herinneren, dit terwijl het verhoor de ochtend na het voorval is afgenomen. Hij blijkt er daarnaast bijvoorbeeld wat betreft het aantal knallen en het uiterlijk van de honkbalknuppel ook naast te zitten. Hij benoemt 6 of 7 knallen, terwijl duidelijk is geworden dat er maximaal vier keer geschoten is. Daarnaast is gebleken dat de honkbalknuppel van hout was en ook houtkleurig was en geeft [slachtoffer 1] aan dat hij niet weet van welk materiaal de knuppel was, maar dat hij zilver of wit van kleur was of in ieder geval lichtkleurig. Ik wil met het voorgaande overigens niet stellen dat het vreemd is dat hij niet alle vragen met zekerheid weet te beantwoorden. Gezien hetgeen is voorgevallen is het zelfs logisch dat hij niet alles even goed heeft opgeslagen. Het maakt echter wel dat doordat hij zich niet alles even goed weet te herinneren, getwijfeld kan worden aan zijn vermeende herkenning van een aantal dagen later.
Het tijdstip waarop het voorval zich heeft afgespeeld kan wat de herkenning betreft ook nog relevant zijn. Het voorval heeft plaatsgevonden op 23 april om ongeveer 20.45 uur. Op dat moment kan het al een beetje schemerig worden. Dat het de betreffende avond inderdaad al schemerig was wordt bevestigd door [betrokkene 8] op pagina 55. In eerste aanleg is door de verdediging reeds het nodige opgemerkt met betrekking tot de vermeende herkenning. Onder andere is aangegeven dat de persoon met de knuppel een petje op had en dat om die reden de haardracht in ieder geval niet duidelijk was, maar ook dat door het dragen van de pet het gezicht minder duidelijk te zien zal zijn geweest. De rechtbank heeft dat verweer ter zijde geschoven en heeft aangegeven dat het gezicht van degene met de knuppel bij het dragen van een pet nog wel zichtbaar zal zijn geweest, zeker vanuit de positie van [slachtoffer 1] vanuit de kofferbak, waarbij hij van onder naar boven keek. Daarbij is echter niet in de beoordeling meegenomen dat het op dat moment buiten al schemerig was, dat de lichtval door de kofferbak al beperkt zal zijn geweest en dat de klep van de pet de lichtval evenmin ten gunste zal zijn gekomen. Verder zou de herkenning naar mening van de verdediging eveneens wat meer betrouwbaar kunnen zijn indien [verdachte] op de foto met Ali B. een pet op zou hebben gehad. Het voorgaande maakt dat ernstig aan de betrouwbaarheid van de herkenning kan worden getwijfeld.
[verdachte] is verder van mening dat hij slechts gedeeltelijk voldoet aan de omschrijving van de persoon met de knuppel die [slachtoffer 1] op pagina 42 geeft. Weliswaar is hij Marokkaans, licht getint en tussen de 20 en 25 jaar. Dat is echter een vrij algemene beschrijving. Er zijn echter bijzonder veel mensen die aan een dergelijke omschrijving voldoen. Wanneer naar de specifiek genoemde kenmerken wordt gekeken is duidelijk dat hij daar niet aan voldoet. Hij is langer dan 1.75 meter, namelijk 1.82 meter, heeft geen tenger postuur en belangrijker nog, hij draagt al jaren een baardje. Voor de goede orde wordt nog opgemerkt dat dat ook het geval was bij zijn aanhouding enkele weken later. [slachtoffer 1] heeft verder nagelaten specifieke gezichtsherkenningen of iets dergelijks te benoemen.
Er is door de familie gericht gezocht op de Instagrampagina van de vader van [betrokkene 3] , de dochter van [slachtoffer 1] kende [verdachte] al en wist dat hij met [betrokkene 3] omging en hij voldoet enigszins aan het signalement. Voor aangever [slachtoffer 1] is dat kennelijk voldoende om zeker te zijn van zijn zaak, maar naar mening van de verdediging moet daar op basis van het voorgaande toch echt ernstig aan worden getwijfeld. Het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 1] op p. 98 en verder maakt dat niet anders. Hij herkent [verdachte] en [betrokkene 3] op de foto met Ali B.. Dat is niet zo vreemd, hij heeft hen de voorgaande jaren immers regelmatig gezien in het kader van de Persoonsgerichte Aanpak. Hij heeft hen derhalve zien ontwikkelen. Dat is wat anders dan wanneer je iemand in het geheel niet kent en diegene meent te herkennen op een foto van vijf jaar eerder waar diegene nog een puber was. Gezien het feit dat [verdachte] heeft aangegeven inderdaad degene te zijn op de betreffende foto heeft het aanvullende p-v van verbalisant [verbalisant 1] naar mening van de verdediging geen enkele toegevoegde waarde.
Opvallend is verder dat de beschrijvingen van de twee personen zoals die door de andere getuigen worden genoemd onderling evenmin overeenkomen. Dat geeft ook wel aan dat het na een dergelijke stressvolle situatie lastig is een duidelijke omschrijving te geven van hetgeen is waargenomen. Gelet hierop is het, zeker in combinatie met de onduidelijkheid met betrekking tot de wijze waarop de foto’s aan [slachtoffer 1] zijn gepresenteerd, gevaarlijk om een bewezenverklaring aan een dergelijke vermeende herkenning op te hangen.
De door de getuigen gegeven signalementen van de persoon met de knuppel zorgen geenszins voor een ondersteuning van de door [slachtoffer 1] vermeende herkenning, die lopen immers behoorlijk uiteen en komen over het algemeen niet overeen met het postuur van [verdachte] . [betrokkene 8] omschrijft de persoon met de knuppel als tussen de 20 en 25 jaar oud, 1.70 lang, een mager postuur zoals [slachtoffer 1] heeft, een zwarte snor van een week en met een donkerkleurige sweater (p.56). Hij omschrijft degene met de knuppel derhalve als klein en iel, hetgeen [verdachte] niet is en benoemt gezichtsbeharing terwijl [slachtoffer 1] heeft verklaard dat degene met de knuppel geen gezichtsbeharing had (p.42). [betrokkene 11] geeft de volgende omschrijving op pagina 62: 1.70 lang, 26/27 jaar, licht getint, donkere trui, ongeschoren, vermoedelijk een Marokkaans persoon. Wederom wordt een persoon van slechts 1.70 met gezichtsbeharing omschreven. De volgende getuige is [betrokkene 4] . Hij omschrijft degene met de knuppel als een licht getinte jongen van 1.80 lang en diegene droeg lichte kleding, wit of lichtblauw. Qua kleding lijkt dit in het geheel niet op hetgeen de anderen aangeven. [betrokkene 5] heeft het op pagina 70 en 71 over een Marokkaans of Turkse jongen, ongeveer 26 jaar oud en ongeveer 1.86 lang en benoemt een groen vest. Dat wijkt met name wat de lengte betreft nogal af van wat de anderen verklaren. Ten slotte hebben we nog [betrokkene 12] . Die omschrijft degene met het petje (p.74), en dat zou toch ook degene met de knuppel moeten zijn geweest, als een persoon van Surinaams/Antilliaanse afkomst. Hij lijkt het echter helemaal niet te weten, want op pagina 75 benoemt hij dat hij de mannen niet kan omschrijven en dat ze beiden een licht getinte kleur hadden, zoals Marokkaanse mensen hebben. De eerder genoemde Surinaams/Antilliaanse man is kennelijk binnen een aantal minuten een man van Noord-Afrikaanse afkomst geworden. Al met al valt te concluderen dat er aan de hand van de omschrijvingen die de getuigen gegeven hebben geen eenduidig signalement valt op te maken en dat hetgeen [slachtoffer 1] met betrekking tot de persoon met de knuppel meent te hebben waargenomen niet wordt ondersteund door de verschillende getuigen.
Historische verkeersgegevens
Hoewel de rechtbank in het vonnis heeft opgemerkt dat zij aan de hand van de historische verkeersgegevens niet vaststelt dat [verdachte] zich ten tijde van het incident op de plaats delict bevond, is het wel nodig de historische verkeersgegevens van [verdachte] ([telefoonnummer 3]) en [betrokkene 3] ([telefoonnummer 2]) te bespreken. De rechtbank neemt op basis van die gegevens immers wél aan dat zij zich die avond tussen 21.07 uur en 21.21 uur samen hebben verplaatst van een zendmast in de buurt van de Da Sangalloruimte naar Zoeterwoude.
De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 17 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1295
- HR 16 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:942
- HR 2 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:933
- HR 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:452
- HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793
- HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2336
- HR 6 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:305
- Rb. Midden-Nederland 20 april 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:1984
- HR 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:221
- HR 2 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:177
- HR 19 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1249
- HR 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:476
- HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963
- HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW3751
- HR 20 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU7349
- HR 27 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC7900
- HR 18 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC6157
- HR 20 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ5676
- HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9130
- HR 4 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO5061