HR 19 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1249

Paroxetine-moord. Voorbedachte raad. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:963. I.c. is aan het verweer dat voorbedachte raad ontbreekt o.m. ten grondslag gelegd dat verdachte als gevolg van de inname van het medicijn paroxetine acathisie heeft ontwikkeld en dat de tlgl. feiten zijn gepleegd in een toxisch delirium. Het Hof heeft deze door de verdediging gestelde toestand van acathisie bij verdachte uiteindelijk als “niet aannemelijk geworden” geoordeeld. V.zv. het middel van handelen in een toestand van acathisie uitgaat, mist het dus feitelijke grondslag. Gelet op hetgeen het Hof blijkens de bewijsvoering heeft vastgesteld, heeft het Hof zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting en toereikend gemotiveerd tot uitdrukking gebracht dat verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken