Conclusie A-G Spronken 11 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1139

Antilliaanse uitleveringszaak. Uitlevering aan de V.S. Art. 14, 15 Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten; art. 28.3 Uitleveringswet. Verzoek is gedaan aan Curaçao en aan Sint Maarten. HR: de opvatting dat het hof het aan Sint Maarten gedane verzoek niet in behandeling had mogen nemen omdat het aan Curaçao gedane verzoek reeds in behandeling was genomen, is onjuist. HR ambtshalve: verstaat de bestreden uitspraak aldus dat het advies is gericht aan de gouverneur van Curaçao voor het geval de opgeëiste persoon daar wordt aangetroffen en dat het is gericht aan de gouverneur van Sint Maarten voor het geval dat de o.p. daar wordt aangetroffen. HR ambtshalve: herstelt verzuim de feiten te omschrijven waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan ex art. 28, derde lid, Uitleveringswet. AG anders: n-o van de vordering van de procureur-generaal van Curaçao.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken