Conclusie A-G Aben 11 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2258

Antilliaanse vervolgingsuitlevering aan de V.S. OM-cassatie. Blijkens ’s Hofs overwegingen heeft het Hof bij zijn oordeel dat de verzochte uitlevering ontoelaatbaar moet worden verklaard mede tot uitgangspunt genomen dat de omstandigheid dat “de litigieuze bewijsmiddelen” “via een mogelijk proces in de V.S.” zouden kunnen worden gebruikt, aan de uitlevering in de weg staat. Aldus heeft het Hof miskend dat aan de rechter die over de toelaatbaarheid van de uitlevering beslist geen oordeel toekomt over de rechtmatigheid van de bewijsgaring t.b.v. de strafzaak in de verzoekende staat (vgl. ECLI:NL:HR:2001:AB3324).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken