HR 10 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:271
Uitlevering, Antilliaanse zaak. Het Hof heeft bij zijn oordeel dat de verzochte uitlevering ontoelaatbaar moet worden verklaard mede tot uitgangspunt genomen dat “de litigieuze bewijsmiddelen” “via een mogelijk proces in de Verenigde Staten” zouden kunnen worden gebruikt. Daarmee heeft het Hof miskend dat aan de rechter die over de toelaatbaarheid van de uitlevering beslist geen oordeel toekomt over de rechtmatigheid van de bewijsgaring t.b.v. de strafzaak in de verzoekende staat (ECLI:NL:HR:2011:AB3324, NJ 2001/618).
De uitspraak op rechtspraak.nl