HR 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:193

Beklag tegen beslag op mobiele telefoon van kroongetuige in Marengo-proces onder Deken van Orde van Advocaten. Art. 552a Sv. Art. 98 Sv. Valt mobiele telefoon van kroongetuige geheel onder verschoningsrecht van Deken en/of van opvolgende raadslieden van kroongetuige en kan verschoningsgerechtigde als ‘kluis’ fungeren waarin informatie kan worden opgeslagen? Mobiele telefoon is door kroongetuige tijdens detentie aan toenmalig raadsman gegeven. Toen deze kwam te overlijden, is telefoon via Deken aan opvolgend (anonieme) advocaat overgedragen. Nadat anonieme advocaat door kroongetuige was ontslagen, vroeg kroongetuige de telefoon in detentie te bezorgen. Anonieme advocaat weigerde dit en droeg telefoon weer over aan Deken, waar toestel in beslag werd genomen. RC heeft onderzoek naar inhoud mobiele telefoon nodig geacht om aannemelijkheid van beroep op geheimhoudingsplicht te kunnen beoordelen en toegestaan, m.u.v. daarop aangetroffen vertrouwelijke communicatie tussen kroongetuige en zijn voormalig raadsman. Deze zgn. ‘geheimhouderinformatie’ is in opdracht van RC direct en ongezien volledig verwijderd. Rechtmatigheid van inbeslagneming en onderzoek naar inhoud van mobiele telefoon wordt in klaagschriften van Deken en opgevolgde raadslieden van kroongetuige bij rb betwist. Rb heeft klaagschriften ongegrond verklaard. Namens de Deken middelen m.b.t. 1. oordeel rb dat gegevens op telefoon niet onder verschoningsrecht vallen, 2. noodzakelijkheid onderzoek telefoon door RC en 3. inzet zgn. ‘geheimhouderfunctionarissen’ door RC bij beoordeling of gegevens op telefoon onder verschoningsrecht vallen. Namens opgevolgde raadslieden o.m. middel m.b.t. 4. oordeel RC opvolgende raadslieden niet te raadplegen. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BN0526, ECLI:NL:HR:2015:3258, ECLI:NL:HR:2016:2686 alsmede uit ECLI:NL:HR:2013:CA0434 en ECLI:NL:HR:2018:1960 m.b.t. omvang verschoningsrecht. Tevens herhaalt HR relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:CA043, ECLI:NL:HR:2014:1566 en ECLI:NL:HR:2015:3714 m.b.t. door RC t.b.v. zijn beslissing te verrichten onderzoek. Ad 1. Middel gaat uit van opvatting dat in bewaring geven van telefoon aan als zodanig optredende advocaat z.m. tot gevolg heeft dat alle in telefoon opgeslagen gegevens geheimhouderinformatie worden en dat dit met zich brengt dat een verschoningsgerechtigde “als een ‘kluis’ [kan] fungeren waarin cliënt alle denkbare informatie, relevant of niet, kan ‘opslaan’”, ongeacht of inhoud daarvan aan advocaat bekend is. Die opvatting is onjuist. Rb heeft geoordeeld dat geen beroep kan worden gedaan op enig verschoningsrecht m.b.t. gegevens die zich op inbeslaggenomen telefoon bevinden, omdat niet aannemelijk is geworden dat gegevens daadwerkelijk bestemd zijn om door kroongetuige aan advocaat in de normale uitoefening van zijn beroep te worden toevertrouwd. Dat oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting. In aanmerking genomen door rb vastgestelde f&o, is oordeel ook niet onbegrijpelijk. Anders dan middel suggereert, heeft rb omstandigheid dat desbetreffende informatie (nog) niet beschikbaar was voor opvolgende advocaten, niet van doorslaggevende betekenis geacht, maar slechts in aanmerking genomen als één van relevante factoren voor beoordeling zaak. Ad 2. Oordeel rb dat voor RC noodzakelijk was om (gegevens op) telefoon te (doen) onderzoeken, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ad 3. In oordeel rb ligt besloten dat onderzoek is verricht door zodanige functionarissen en op zodanige wijze dat is gewaarborgd dat verschoningsrecht niet in gedrang komt. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ad 4. Oordeel Rb dat RC juist heeft gehandeld door klagers, die optraden als advocaat van de kroongetuige, niet te raadplegen, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting maar behoeft niet tot cassatie te leiden. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken