Conclusie A-G Silvis 12 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:18

Conclusie PG: spoedprocedure in cassatie betreffende de bij de Amsterdamse deken inbeslaggenomen mobiele telefoon van de kroongetuige in het Marengo-proces. De kroongetuige had de telefoon in detentie tot zijn beschikking en gaf deze op enig moment aan zijn toenmalig advocaat. Toen deze kwam te overlijden, is de telefoon via de deken aan de opvolgend (anonieme) advocaat overgedragen. Nadat de anonieme advocaat door de kroongetuige was ontslagen, vroeg de kroongetuige hem de telefoon in detentie te bezorgen. De anonieme advocaat weigerde dit en droeg de telefoon weer over aan de deken. Daar werd het toestel in beslag genomen. De RC besliste dat de inbeslagneming van de telefoon en de daarop aanwezige informatie (met uitzondering van de berichtenwisseling tussen de kroongetuige en zijn voormalig raadsman) is toegestaan en dat de informatie mag worden gebruikt in het strafrechtelijk onderzoek. De cassatieberoepen richten zich tegen de beschikking van de rechtbank waarbij de klaagschriften van de deken en de huidige raadslieden van de kroongetuige tegen de beschikking van de RC zijn verworpen. PG zet toetsingskader beoordeling verschoningsrecht uiteen (EVRM/EHRM en nationale jurisprudentie). Namens de deken zijn drie middelen ingediend. Het eerste namens de deken voorgestelde middel klaagt dat de rechtbank heeft miskend dat de deken zich in zijn beklag niet alleen heeft beroepen op het van de raadsman van de kroongetuige afgeleide verschoningsrecht, maar dat hij (tevens) een beroep op zijn eigen verschoningsrecht heeft gedaan. De PG geeft aan dat de deken volgens de wet verschoningsrecht toekomt bij de uitoefening van zijn toezichttaak (art. 45a lid 2 Adv. wet), terwijl niet gesteld is dat de deken in dit geval optrad uit hoofde van zijn toezichttaak. Niettemin ziet de PG wel een ratio voor een ruimere basis voor het verschoningsrecht van de deken. Dat leidt er in dit geval niet toe dat de rechtbank ruimer had moeten ingaan op het eigen verschoningsrecht van de deken, nu zijn rol er slechts toe strekte de anonimiteit van de raadsman te waarborgen, die hem de telefoon had gegeven nadat deze de verdediging had neergelegd. Niet aannemelijk is dat de telefoon enige informatie zou bevatten die de anonieme advocaat betreft. Ook het beroep op het (afgeleide) verschoningsrecht kon worden verworpen. Dit omdat niet aannemelijk is geworden dat de informatie op de telefoon bestemd was om aan de advocaat te worden toevertrouwd in de normale uitoefening van zijn beroep. Het tweede middel richt zich volgens de PG vergeefs tegen het oordeel van de rechtbank dat de RC onderzoek naar de inhoud van de telefoon noodzakelijk kon achten om zich een oordeel te kunnen vormen over de vraag of er redelijkerwijze geen twijfel over kon bestaan dat het standpunt van de verschoningsgerechtigden - dat er sprake was van geheimhoudersinformatie - onjuist is. Het derde namens de deken ingediende middel stelt dat de procedure van onderzoek naar de inhoud van het toestel niet deugt. De PG stelt dat de rechtbank kon oordelen dat de RC het onderzoek zo heeft ingericht dat voldoende is gewaarborgd dat het verschoningsrecht niet door het strafrechtelijk onderzoek kan worden geschonden doordat het onderzoek in opdracht van en onder gezag van de RC is verricht door geheimhoudersfunctionarissen die niet een andere betrokkenheid hadden in de opsporing/vervolging in deze zaak. De huidige raadslieden van de kroongetuige dienden twee middelen in. De PG acht het eerste middel, inhoudend dat zij door de RC hadden moeten worden gehoord voordat hij het onderzoek naar de telefoon gelastte, gegrond. Tot cassatie hoeft dat niet te leiden nu zij door het indienen van hun klaagschrift alsnog hun standpunt kenbaar hebben kunnen maken voordat tot kennisneming van de informatie op de telefoon wordt overgegaan. Het tweede middel is erop gebaseerd dat de telefoon onder het verschoningsrecht van de raadsman (en opvolgende raadslieden) valt. De PG adviseert het middel te verwerpen (verwijzing naar de beoordeling van het eerste middel dat namens de deken naar voren is gebracht).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken