HR 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA0434

Beklag, beslag. Artt. 98 en 552a Sv. Verschoningsrecht notaris. 1. Brieven of geschriften die voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend. 2. Digitale bestanden die voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 1994/537 en HR LJN AD9162. Het is derhalve eerst aan de verschoningsgerechtigde om zich bij de doorzoeking ter inbeslagneming uit te laten omtrent het verschoningsrecht m.b.t. de in beslag te nemen stukken, waarbij de zienswijze van de Ringvoorzitter (of diens vervanger), indien aanwezig, kan worden gevraagd. Dit is niet anders indien i.v.m. bijv. de omvang van de te beoordelen stukken, de stukken die naar het voorlopig oordeel van de R-C voor inbeslagneming in aanmerking komen, verzegeld worden meegenomen naar het kabinet R-C. Ook dan dient de verschoningsgerechtigde in staat te worden gesteld zich uit te laten over zijn verschoningsrecht m.b.t. de inbeslaggenomen stukken. Het oordeel dat redelijkerwijs geen twijfel erover kan bestaan dat het in dit verband door de verschoningsgerechtigde ingenomen standpunt onjuist is, komt in eerste instantie toe aan de R-C, bij voorkeur in gezamenlijk overleg met de Ringvoorzitter (of diens vervanger). V.zv. noodzakelijk mag daartoe door de R-C van de desbetreffende stukken worden kennisgenomen. Het oordeel van de Rb dat de R-C terecht heeft aangenomen dat redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan dat de inbeslaggenomen papieren dossiers, die blijkens het p-v van de R-C alle betrekking hadden op verdachte X, “deel uitmaken van één of meer strafbare feiten die X wordt verweten, dan wel tot het begaan daarvan hebben gediend” en dat die stukken nimmer object van het aan de notaris toekomende verschoningsrecht zijn, is zonder nadere motivering die ontbreekt niet begrijpelijk, aangezien de aan het p-v van de R-C gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen de inhoud van de dossiers niet vermeldt en evenmin een aanduiding bevat van de zich daarin bevindende stukken. V.zv. in het oordeel van de Rb ligt besloten dat indien (reeds) o.g.v. de uit het p-v aanvraag doorzoeking blijkende omstandigheden kan worden geoordeeld dat die stukken geen object zijn van het aan de notaris toekomende verschoningsrecht, het standpunt van de verschoningsrechtigde daaromtrent niet behoeft te worden ingewonnen, is dat oordeel niet juist. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AZ3564 m.b.t. onderzoek naar in computers opgeslagen bestanden i.v.m. waarheidsvinding en het verschoningsrecht. Hetgeen hiervoor is overwogen m.b.t. de inbeslagneming van papieren dossiers is bij dat onderzoek v.zv. mogelijk van overeenkomstige toepassing. Het oordeel van de Rb dat redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan dat de bestanden die voorkomen op de ‘digitale kopie’ van de onder klaagster inbeslaggenomen computerbestanden en die zijn gevonden a.d.h.v. de lijst van met X in verband gebrachte verdachte dossiers en transacties, gegevens bevatten die voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk, omdat het p-v van de R-C niets vermeldt omtrent de aard van de in die bestanden opgeslagen gegevens, noch omtrent de wijze waarop deze het onderzoek naar de inhoud van de gegevensdragers met het oog op het waarborgen van het verschoningsrecht heeft doen uitvoeren. Conclusie A-G: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen