Conclusie A-G Spronken 27 augustus 2024, ECLI:NL:PHR:2024:818
Conclusie AG. Beklag, beslag. Art. 98.4 Sv jo. art. 552a Sv. Beklag Bureau Financieel Toezicht (BFT), toezichthouder op het notariaat, tegen inbeslagneming van i.h.k.v. toezicht opgemaakte onderzoeksrapporten door het BFT en door het BFT ingediende tuchtklachten m.b.t. vier notarissen van Pels Rijcken. De inbeslagneming heeft plaatsgevonden in het strafrechtelijk onderzoek naar binnen Pels Rijcken gepleegde fraude. De vier notarissen zijn daarin niet als verdachte aangemerkt. Komt aan het BFT, naast een afgeleid verschoningsrecht, een zelfstandig verschoningsrecht toe met betrekking tot alle informatie die door het BFT is vergaard? In art. 2:5 Awb en de Wet op het Notarisambt ligt geen zelfstandig verschoningsrecht voor het BFT besloten. De AG meent dat aan het BFT wel een buitenwettelijk functioneel verschoningsrecht toekomt, voortvloeiend uit zijn functie als onafhankelijk toezichthouder op het notariaat. Notarissen kunnen zich tegenover het BFT niet op hun verschoningsrecht beroepen. Aannemelijk is dat zonder een zelfstandig verschoningsrecht de informatiepositie van het BFT als toezichthouder zal verzwakken. Het BFT is wel verplicht tot het doen van aangifte ex art. 162 Sv als in het toezichtonderzoek strafbare feiten naar voren komen. De AG komt niet toe aan bespreking van de middelen die gestoeld zijn op een afgeleid verschoningsrecht (o.a. over doorbreking van het verschoningsrecht), nu door de betrokken notarissen zelf geen klaagschrift is ingediend waardoor door het BFT geen beroep kan worden gedaan op het afgeleide verschoningsrecht. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing en tot niet-ontvankelijkverklaring van het BFT voor zover het de klachten over het afgeleid verschoningsrecht betreft. Inhoudelijke samenhang met 24/00140.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 165 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 94 Sv
- Artikel 96a Sv
- Artikel 98 Sv
- Artikel 105 Sv
- Artikel 162 Sv
- Artikel 181 Sv
- Artikel 218 Sv
- Artikel 552a Sv
- Artikel 11a Advw
- Artikel 45a Advw
- Artikel 67 AWR
- Artikel 53 Gemw
- Artikel 2:5 Awb
- Artikel 5:15 Awb
- Artikel 5:16 Awb
- Artikel 5:17 Awb
- Artikel 5:20 Awb
- Artikel 22 WN
- Artikel 99a WN
Aangehaalde uitspraken
- Conclusie A-G Spronken 27 augustus 2024, ECLI:NL:PHR:2024:819
- Conclusie A-G Harteveld 2 juli 2024, ECLI:NL:PHR:2024:700
- HR 12 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:316
- HR 12 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:375
- Conclusie A-G Harteveld 8 december 2023, ECLI:NL:PHR:2023:1122
- HR 18 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:612
- HR 17 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:255
- Conclusie A-G Snijders 4 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1013
- Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag 25 mei 2022, ECLI:NL:TNORDHA:2022:10
- Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag 25 mei 2022, ECLI:NL:TNORDHA:2022:11
- Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag 25 mei 2022, ECLI:NL:TNORDHA:2022:9
- HR 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:721
- HR 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:722
- Conclusie A-G Spronken 25 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:62
- Conclusie A-G Lückers 8 oktober 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1062
- HR 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:193
- Conclusie A-G Silvis 12 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:18
- HR 7 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:6
- HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1205
- HR 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3714