Hof 's-Hertogenbosch 28 augustus 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3141
Rijnvarenden. Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. Voorkomen van dubbele heffing van sociale verzekeringspremies van Rijnvarenden. Van belanghebbende zijn in Luxemburg sociale verzekeringspremies geheven. Van belanghebbende worden ook in Nederland premies volksverzekeringen geheven. Sinds 1 mei 2010 zijn Unierechtelijke procedurevoorschriften erop gericht te voorkomen dat twee of meer lidstaten van dezelfde persoon sociale verzekeringspremies heffen. Daartoe moeten lidstaten met elkaar in overleg treden en in overleg tot het oordeel komen in welke lidstaat een persoon verzekerings- en premieplichtig is. Van een dergelijke vereiste loyale samenwerking tussen Nederland en Luxemburg blijkt in deze zaak niets. De Belastingdienst stelt niet het bevoegde orgaan te zijn om in overleg te treden met Luxemburg, dus hij heft de premie volksverzekeringen ongeacht of in Luxemburg al is geheven. De SVB is wel het bevoegde orgaan om in overleg te treden met Luxemburg, maar omdat zij in Nederland niet over de heffing gaat treedt zij niet in overleg met Luxemburg om de aldaar reeds geheven sociale verzekeringspremies door Luxemburg aan Nederland op de voet van artikel 73 van de toepassingsverordening te laten betalen en deze Luxemburgse premies (door de Belastingdienst) te (laten) verrekenen met de aanslag. Aldus wordt in Nederland doordat de bevoegdheden zijn verdeeld over de SVB en de Belastingdienst belanghebbende geconfronteerd met een dubbele heffing. Om dubbele heffing van sociale verzekeringspremies alsnog ongedaan te maken vermindert de belastingrechter de belastingaanslagen voor de in Nederland geheven premie volksverzekeringen met de bedragen die geacht worden in Luxemburg te zijn geheven. Voor de periode tot 1 april 2012 heeft de SVB een besluit genomen dat het oude Rijnvarendenverdrag van toepassing is, omdat belanghebbende in Zwitserland heeft gevaren. Het Rijnvarendenverdrag voorziet niet in een zelfde soort dwingende regeling als opgenomen is in toepassingsverordening om de verzekerings- en premieplicht van werknemers die werken in twee of meer staten vóóraf te coördineren en/of een dubbele heffing achteraf ongedaan te maken door verrekening in Nederland van in een andere lidstaat reeds geheven premies sociale verzekeringen. De belastingrechter volgt de SVB voor de periode tot 1 april 2012.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 16 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2114
- HR 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1725
- HR 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1838
- Hof 's-Hertogenbosch 27 september 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:3983
- Rb. Zeeland-West-Brabant 13 augustus 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:4812
- Hof 's-Hertogenbosch 19 april 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1644
- Hof 's-Hertogenbosch 19 april 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1665
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2003:366
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:564