Hof 's-Hertogenbosch 7 mei 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1473
Belanghebbende is Rijnvarende. Op het loon zijn door de werkgever in Luxemburg al sociale verzekeringspremies ingehouden. De Belastingdienst heft premie volksverzekeringen. De beoordeling van de premieplicht voor de volksverzekeringen komt niet toe aan de Belastingdienst en de belastingrechter. Zonder vaststelling van de premieplicht voor de volksverzekeringen door de SVB (door middel van een besluit of A1-verklaring) in een geval als het onderhavige, waarin een andere lidstaat al heeft geheven, mag de Belastingdienst niet heffen. (ECLI:NL:GHSHE:2019:3141 en ECLI:NL:GHSHE:2019:3139). Als later blijkt dat belanghebbende wel verzekerings- en premieplichtig is in Nederland voor de volksverzekeringen dan is in het onderhavige geval de navorderingstermijn verlopen. Dit is dan in evenwicht met de situatie, waarin een belanghebbende niet procedeert over de geheven premie volksverzekeringen en na vijf jaren ook geen recht heeft op een ambtshalve vermindering (artikel 45aa, aanhef, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001) en evenmin om herziening van een uitspraak van de belastingrechter kan vragen, eenvoudigweg omdat die rechterlijke uitspraak er niet is.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof 's-Hertogenbosch 28 augustus 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3139
- Hof 's-Hertogenbosch 28 augustus 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3140
- Hof 's-Hertogenbosch 28 augustus 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3141
- HR 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1838
- Hof 's-Hertogenbosch 27 september 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:3983
- HR 9 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH0546
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2003:366
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2020:260