Rb. Zeeland-West-Brabant 20 februari 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:900

Rijnvarende, IB/PVV 2010, 2013 en 2014. Belanghebbende beschikt over een A1-verklaring over deel van de in geschil zijnde perioden. De rechtbank volgt de lijn zoals uitgezet door Hof Den Bosch (28 augustus 2019), maar slechts voor de perioden na inwerkingtreding van Vo 883/2004 per 1 mei 2010. In vervolg op Hof Den Bosch oordeelt de rechtbank dat belanghebbende, na inwerkingtreding van Vo 883/2004, zowel zonder als met A1-verklaring de rechtsbescherming verdient die Vo 883/2004 creëert. Volgt gedeeltelijke verrekening van de ingehouden Luxemburgse premies. Belanghebbende heeft ook recht op een vergoeding van immateriële schade wegens de lange duur van de procedures, waarbij de periode waarvoor belanghebbende heeft ingestemd met uitstel van de uitspraaktermijn in bezwaar niet meetelt. Beroepen gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken