Hof 's-Hertogenbosch 22 maart 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AY4179

Indien de op de zaak betrekking hebbende stukken niet ter inzage zijn verstrekt kan de inspecteur stellen dat zulks is nagelaten op grond van het bepaalde in het vijfde, danwel het zesde tot en met het achtste lid van artikel 7:4 van de Awb. De inspecteur dient de feiten waarop die stelling berust, bij betwisting aannemelijk te maken. In het onderhavige geval heeft de Inspecteur zich er inderdaad op beroepen dat geheimhouding van een deel van de op de zaak betrekking hebbende stukken geboden was in verband met het belang van opsporing en vervolging van strafbare feiten. Naar het oordeel van het hof kan in het midden blijven of de Inspecteur zich in dit verband terecht erop heeft beroepen dat geheimhouding geboden was. Hij heeft immers bij brief van 3 december 2004 belanghebbende een viertal stukken en een notitie betreffende bevindingen van een derdenonderzoek doen toekomen, en daarbij medegedeeld dat hij de stukken aan belanghebbende verstrekt omdat hij heeft begrepen dat het strafrechtelijk onderzoek tegen belanghebbende en haar directeur inmiddels is beëindigd en dat ook het fiscale onderzoek een einde gaat nemen. Kennelijk waren er op dat moment in de visie van de Inspecteur geen gewichtige redenen voor geheimhouding van een deel van de op de zaak betrekking hebbende stukken meer. Tegen de achtergrond van het gestelde in de brief van belanghebbende van 11 november 2004, had de Inspecteur vervolgens geen uitspaak mogen doen zonder belanghebbende opnieuw uit te nodigen voor een hoorzitting. De Inspecteur heeft nog gesteld dat op de zaak betrekking hebbende stukken waarover belanghebbende zelf reeds beschikt, zoals fotokopieën uit de administratie van belanghebbende, niet ter inzage behoeven te worden verstrekt. Naar het oordeel van het hof vindt die stelling geen steun in het recht. Volgens artikel 7:4, tweede lid, van de Awb behoren het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage worden verstrekt. Noch de tekst, noch de ontstaansgeschiedenis van deze bepaling dwingen tot de opvatting dat dit inzagerecht zou zijn beperkt tot stukken waar de belanghebbende niet zelf over kan beschikken. Ook de strekking van dit voorschrift verzet zich tegen de door de Inspecteur bepleite lezing ervan. Het inzagerecht dient er immers ook toe om de belanghebbende de gelegenheid te geven om te bezien of het overheidsorgaan niet bepaalde relevante stukken mist en of het orgaan wel over correcte afschriften van de relevante stukken beschikt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen