Hof 's-Hertogenbosch 3 april 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:1033

Art. 8:42 Awb. Art. 8:29 Awb. Wet openbaarheid bestuur (Wob). De Inspecteur verzoekt om op grond gewichtige redenen handtekeningen op een convenant geheim te mogen houden. Hij beroept zich op artikel 10, tweede lid, onder e, van de Wob (bescherming persoonlijke levenssfeer). Het verzoek om geheimhouding wordt afgewezen. Bij de Wob gaat het om bekendmaking aan derden, terwijl het in het kader van artikel 8:29 van de Awb gaat om bekendmaking aan belanghebbende van stukken, die op zijn zaak betrekking hebben. Voor een weigering van de Inspecteur om gegevens en bescheiden geheim te houden op de voet van artikel 8:29 van de Awb moet een sterkere grond aanwezig zijn dan de redenen waarom krachtens de Wob een verzoek om informatie kan worden geweigerd (vgl. voorzieningenrechter Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 19 april 2004, 03/02778, ECLI:NL:GHSHE:2004:AP0827). Verschil tussen geheimhouding en beperkte kennisneming. Bij geheimhouding moeten de stukken bij de beslissing van het geschil geheel buiten beschouwing blijven. Bij beperkte kennisneming neemt de rechter, die in de hoofdzaak beslist, met toestemming van de belastingplichtige wel kennis van die stukken, maar belanghebbende niet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken