HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1755
1. Overgang van fiscaal controleonderzoek naar strafrechtelijk onderzoek. 2. Art. 80 lid 2 AWR; instemming van het bestuur van 's Rijks belastingen met vervolging. 3. Rechtstreeks contact belastingambtenaar met OvJ of onder zijn verantwoordelijkheid vallende FIOD-ambtenaren; geheimhoudingplicht art. 67 AWR en VIV 1993. Ad 1. 's Hofs oordeel dat in overeenstemming is gehandeld met de Richtlijnen aanmelding, transactie en vervolging fiscale delicten en douanedelicten van 13 april 1993 (Stcrt 1993, 75) is niet onbegrijpelijk, omdat tot aan de beslissing van het OM om strafrechtelijk te vervolgen slechts sprake was van een op de art. 47 e.v. AWR geënt controleonderzoek. Ad 2. Behoudens aanwijzingen van het tegendeel moet worden aangenomen dat de inzending van processen-verbaal betreffende fiscale delicten door de FIOD aan de OvJ met inachtneming van voormelde richtlijnen, is geschied met instemming van het bestuur van 's Rijks belastingen, zodat is voldaan aan art. 80 lid 2 AWR (vgl. HR NJ 1997, 724). 's Hofs oordeel dat, nu aanwijzingen voor het tegendeel ontbreken, de vervolging is geschied met instemming van dat bestuur, is onjuist noch onbegrijpelijk. Ad 3. Het Voorschrift informatieverstrekking (VIV) 1993 (Stcrt. 1992, 251) behelst slechts instructienormen waaraan de verdachte geen aanspraken kan ontlenen. De informatieverstrekking door belastingambtenaren aan de OvJ ter zake van belastingdelicten heeft te gelden als 'uitvoering van de belastingwet' ex art. 67 lid 1 AWR en is niet aan enige beperking onderworpen.
De uitspraak op rechtspraak.nl