Art. 8.5.8 Wetboek van Strafvordering
1. Een Europees onderzoeksbevel kan worden uitgevaardigd voor de tijdelijke overbrenging naar Nederland door de uitvoerende lidstaat van een persoon die aldaar rechtens zijn vrijheid is ontnomen, ter uitoefening van een bevoegdheid voor het verkrijgen van bewijs waarvoor zijn aanwezigheid in Nederland is vereist.
2. De praktische regeling voor de tijdelijke overbrenging van de betrokkene met inbegrip van de specifieke voorwaarden waaronder zijn vrijheidsbeneming in Nederland zal plaatsvinden en de termijnen waarbinnen hij uit de uitvoerende lidstaat moet worden overgebracht en daarheen moet worden teruggebracht, wordt door de uitvaardigende autoriteit en de uitvoerende lidstaat overeengekomen, met inachtneming van de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene en het in Nederland vereiste beveiligingsniveau.
3. Indien nodig verzoekt de officier van justitie de autoriteiten van een andere lidstaat om doortocht.
4. De overgebrachte persoon wordt gedurende zijn verblijf in Nederland op bevel van de officier van justitie in verzekering gesteld. De artikelen 61 en 64, eerste lid, van de Overleveringswet zijn voor zover nodig van overeenkomstige toepassing.
5. De inverzekeringstelling wordt door de officier van justitie opgeheven zodra hij ervan in kennis wordt gesteld dat de uitvoerende lidstaat om de vrijlating van de betrokkene heeft verzocht.
6. Onverminderd het vierde lid wordt de overgebrachte persoon in Nederland niet vervolgd, wordt hem niet zijn vrijheid ontnomen en wordt hij niet anderszins aan een beperking van de persoonlijke vrijheid onderworpen wegens feiten die zijn gepleegd of veroordelingen die zijn uitgesproken voordat hij de uitvoerende lidstaat heeft verlaten en die niet in het bevel zijn vermeld.
7. De in het zesde lid bedoelde onschendbaarheid eindigt indien de overgebrachte persoon gedurende een termijn van vijftien opeenvolgende dagen vanaf de datum waarop zijn aanwezigheid niet langer door Nederland is vereist, de gelegenheid heeft gehad Nederland te verlaten, maar:
a. niettemin is gebleven; of
b. na Nederland te hebben verlaten, is teruggekeerd.
8. De kosten die voortvloeien uit de overbrenging van de betrokkene naar en van Nederland, worden door de Nederlandse autoriteiten gedragen.