Art. 64 OLW, Slotbepalingen
1. In gevallen waarin krachtens deze wet een beslissing omtrent de vrijheidsbeneming kan of moet worden genomen, kan worden bevolen dat die vrijheidsbeneming voorwaardelijk wordt opgeschort of geschorst tot het moment van de uitspraak van de rechtbank waarbij de overlevering wordt toegestaan. De te stellen voorwaarden mogen alleen strekken ter voorkoming van vlucht.
2. Op bevelen krachtens het eerste lid gegeven door de rechtbank, dan wel door de rechter-commissaris, zijn de artikelen 80, met uitzondering van het tweede lid, en 81 tot en met 88 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
3. De officier van justitie stelt de uitvaardigende justitiële autoriteit onverwijld in kennis van een bevel van de rechtbank, respectievelijk, de rechter-commissaris als bedoeld in het eerste lid, en van de daaraan ten grondslag liggende redenen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Amsterdam 28 april 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2630
- Rb. Amsterdam 16 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:1274
- Rb. Amsterdam 23 december 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:9691
- Rb. Amsterdam 12 juli 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:4591
- Hof Amsterdam 25 juni 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BY1131
- Rb. Den Haag 6 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:20815
- Rb. Amsterdam 8 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:9042
- Rb. Amsterdam 15 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:7804
- Rb. Amsterdam 26 juni 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:6868
- Rb. Amsterdam 27 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:5158
- Rb. Amsterdam 22 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:4165
- Rb. Amsterdam 3 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3809
- Rb. Amsterdam 20 juni 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5532
- Rb. Amsterdam 16 april 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2928
- Rb. Amsterdam 31 oktober 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:8027
- Rb. Amsterdam 3 september 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6463
- Rb. Amsterdam 3 september 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6462
- Rb. Amsterdam 24 april 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:2426
- Rb. Amsterdam 15 november 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:7275
- Rb. Amsterdam 23 juni 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:3954