Art. 8.5.7 Wetboek van Strafvordering
1. Een Europees onderzoeksbevel kan worden uitgevaardigd om een getuige of deskundige die zich op het grondgebied van de uitvoerende lidstaat bevindt per videoconferentie te doen horen, verhoren of ondervragen door de rechter-commissaris of een gerecht. Het bevel kan eveneens worden uitgevaardigd voor het doen horen, verhoren of ondervragen van een verdachte per videoconferentie.
2. Op de inhoud van het bevel alsmede op de uitvoering daarvan zijn de bepalingen die in dit wetboek zijn opgenomen voor het horen, verhoren of ondervragen van een verdachte, getuige of deskundige door de rechter-commissaris of het gerecht van overeenkomstige toepassing.
3. De praktische regeling voor de toepassing van de videoconferentie wordt overeengekomen tussen de rechter-commissaris die of het gerecht dat het bevel heeft uitgevaardigd en de uitvoerende autoriteit.
4. Indien de uitvoerende autoriteit niet over de technische middelen voor een videoconferentie beschikt, kunnen deze na overleg ter beschikking worden gesteld.