Art. 8.4.9 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. Indien de autoriteiten van de andere staat het verzoek tot strafvervolging inwilligen, vervalt het recht tot strafvordering of, in het in artikel 8.4.3 bedoelde geval, de bevoegdheid om de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in te dienen. In het in artikel 8.4.2, tweede lid, en artikel 8.4.3, derde lid, bedoelde geval vervalt het recht om de straf of maatregel ten uitvoer te leggen.

2. De in het eerste lid bedoelde rechten en bevoegdheid herleven indien de autoriteiten van de andere staat kennisgeven dat zij de inwilliging van het verzoek intrekken, dat geen strafvervolging wordt ingesteld of dat de op het verzoek ingestelde strafvervolging is gestaakt.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen