Art. 8.4.14 Wetboek van Strafvordering
1. De officier van justitie dan wel Onze Minister neemt zo spoedig mogelijk een beslissing, waarbij het verzoek tot strafvervolging wordt ingewilligd dan wel afgewezen.
2. Voordat de officier van justitie dan wel Onze Minister zijn beslissing neemt, kan hij de verzoekende autoriteit in de gelegenheid stellen tot het verschaffen van nadere inlichtingen binnen een door hem te stellen termijn, indien daaraan met het oog op de te nemen beslissing behoefte bestaat.
3. Indien het verzoek op een verdrag is gegrond en de bevoegdheid tot strafvervolging voor Nederland uitsluitend uit dat verdrag volgt, wordt de verdachte of de veroordeelde op wie het verzoek betrekking heeft door de officier van justitie die is bevoegd te beslissen of die advies uitbrengt aan Onze Minister, daarover gehoord, althans daartoe behoorlijk opgeroepen. Artikel 1.4.8 is van overeenkomstige toepassing.