Art. 8.4.8 Wetboek van Strafvordering
1. Buiten het geval, bedoeld in artikel 8.4.3, onthoudt de officier van justitie die een verzoek tot strafvervolging of een voorstel daartoe doet zich van het indienen van een procesinleiding. In het geval, bedoeld in artikel 8.4.3, onthoudt hij zich van het indienen van een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2. Indien het verzoek of het voorstel van de officier van justitie betrekking heeft op het geval, bedoeld in artikel 8.4.2, tweede lid, of artikel 8.4.3, derde lid, onthoudt Onze Minister zich van de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de opgelegde straf of maatregel.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ingeval van:
a. afwijzing van het voorstel door Onze Minister;
b. intrekking van het verzoek tot strafvervolging; of
c. kennisgeving door de autoriteiten van de andere staat dat afwijzend op het verzoek is beslist.