Art. 8.4.13 Wetboek van Strafvordering
1. In de gevallen bedoeld in artikel 8.4.11, onderdeel b, wordt het verzoek in ontvangst genomen door Onze Minister.
2. Tenzij Onze Minister van oordeel is dat het verzoek klaarblijkelijk niet kan worden ingewilligd, draagt hij het verzoek en de daarbij gevoegde stukken voor advies over aan de officier van justitie. Het advies wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van Onze Minister.
3. Indien de officier van justitie het verzoek, bedoeld in het eerste lid, ontvangt, brengt hij dat verzoek met de daarbij gevoegde stukken, onder overlegging van zijn advies, ter kennis van Onze Minister.