Art. 8.4.10 Wetboek van Strafvordering
1. In de gevallen, bedoeld in de artikelen 8.4.8, derde lid, en 8.4.9, tweede lid, stelt de officier van justitie de verdachte of de veroordeelde daarvan in kennis. De kennisgeving wordt aan de verdachte of veroordeelde betekend. Indien de verdachte of veroordeelde zich niet in Nederland bevindt, kan de kennisgeving achterwege worden gelaten indien betekening niet mogelijk is.
2. Tenzij het verzoek of voorstel betrekking had op een overdracht van strafververvolging als bedoeld in artikel 8.4.2, tweede lid, of artikel 8.4.3, derde lid, beslist de officier van justitie in de in het eerste lid bedoelde gevallen zo spoedig mogelijk over het instellen van een vervolging, of, ingeval van een verzoek of voorstel als bedoeld in artikel 8.4.3, eerste lid, over het indienen van een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De artikelen 3.1.3 en 3.1.4 zijn van overeenkomstige toepassing.