Art. 8.4.15 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. Het verzoek tot strafvervolging wordt in elk geval afgewezen indien:

a. het feit waarvoor de strafvervolging wordt verzocht:

1°. naar Nederlands recht niet strafbaar is;

2°. van politieke aard is of met een strafbaar feit van politieke aard samenhangt;

3°. een militair delict is;

b. het recht tot strafvordering wegens het feit waarvoor de strafvervolging wordt verzocht naar Nederlands recht of dat van de staat waarvan het verzoek is uitgegaan door verjaring is vervallen;

c. het verzoek tot strafvervolging dient om de verdachte of de veroordeelde op wie het betrekking heeft te treffen in verband met zijn godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke overtuiging, zijn nationaliteit, zijn ras of de groep van de bevolking waartoe hij behoort; of

d. vervolging in Nederland zou leiden tot schending van het beginsel van ne bis in idem.

2. Het verzoek kan worden afgewezen indien het betrekking heeft op een vreemdeling die zijn vaste woon- of verblijfplaats buiten Nederland heeft of indien het instellen van een strafvervolging om andere redenen niet in het belang van een goede rechtsbedeling is.

3. Een niet op een verdrag gegrond verzoek kan ook worden afgewezen indien de strafvervolging waarom wordt verzocht naar het oordeel van de officier van justitie niet kan of moet plaatshebben.

4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien de strafwet van de verzoekende staat niet toepasselijk is op het feit ten aanzien waarvan de strafvervolging wordt verzocht.

5. Inwilliging van een verzoek dat strekt tot het indienen van een afzonderlijke vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vindt plaats onafhankelijk van de vraag of de verdachte of de veroordeelde op wie het verzoek betrekking heeft, zijn vaste woon- of verblijfplaats binnen Nederland heeft.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen